Al jaren hoef ik mij niet druk te maken over het kopen van
een boom. Deze ligt immers gewoon tussen de vakantiespullen op de vliering. Eén
keer per jaar, als het bijna midwinter is, mag hij voor een paar weken naar beneden. Om te vieren dat vanaf
nu de nachten weer korter en de dagen langer worden.
Al zie je dat het gewoon wordt om een kunstboom te hebben,
er zijn genoeg mensen die zweren bij een
echte boom. Deze zou sfeervoller zijn dan een kunstboom en veel en veel
gezelliger. Onzin natuurlijk. Waarom zou in een nepwereld als de onze de
kerstboom echt moeten zijn?
Om te beginnen is het altijd een heel gedoe om een
betaalbaar boompje te vinden dat mooi vol in zijn naalden zit en dat ook nog
eens qua vorm voldoet. En als je er dan eindelijk een gevonden hebt moet je hem
heelhuids thuis zien te krijgen. In de auto, achter op de fiets of lopend, gedragen
door pa en ma, met pa natuurlijk voorop. Thuis gekomen moet hij meestal door de
voordeur naar binnen.
Als zo’n boom te breed is zit er soms niks anders op om hem
alvast hier en daar te snoeien.
De onderkant moet nog even mooi recht worden afgezaagd en
ook de top moet worden bijgewerkt zodat de piek er goed op past.
Zo’n echte boom is behoorlijk zwaar en daarom moet hij
stevig worden vastgezet. Het leed is
immers niet te overzien als hij om dondert.
Met niets van dit soort malle fratsen heb je te maken bij een kunstboom. Binnen een kwartier heb je hem in elkaar gezet.
Nu nog de ballen en andere
versiersels er in. Een klusje dat de stemming er helemaal in kan brengen,
vooral als pa en ma verschillende opvattingen hebben over hoe de boom het best
kan worden versierd.
Net als bij de mode wil de commercie ons altijd laten
geloven dat je er echt pas bij hoort als je de boom hebt versierd volgens de
laatste mode. Dit jaar is dit ‘silent white’. Veel wit, ijzig wit.
Maar onze boom is vaak een echte ballenboom, al heeft Paula zich
dit jaar keurig ingehouden. Silent white is niet aan ons besteed.
Van mijn jeugd herinner ik mij de zilveren trompetjes en vogeltjes in de boom. Die
zie je nergens meer. Ook herinner ik mij dat er echte kaarsjes in de boom
zaten. Voor mijn geestesoog zie ik vaag een geblakerde witte muur in de hoek bij het raam.
Maar of de boom bij ons thuis ooit echt in de fik heeft gestaan weet ik niet zeker meer. Ik lijd aan selectieve jeugdamnesie en kan mij, op een enkele uitzondering na, nagenoeg niets meer van mijn jeugd herinneren.
Als de boom dan eindelijk staat is het verschil met een goeie kunstboom
soms nauwelijks te zien. Dat verschil wordt pas echt duidelijk na enkele dagen.
Dan begint de echte boom uit te vallen, met als hoogtepunt
het moment dat hij moet worden afgetuigd. Met een beetje pech vind je met Pasen
nog wat bruine naalden terug in het kamerbrede tapijt.
Ik zou liegen als ik zei dat onze kunstboom een mooie boom
is. Na zo’n tien jaar is het nieuwe er inmiddels wel van af. Ook kunstnaalden
vallen uiteindelijk uit. Bij het opzetten van de boom stond ik zelfs ineens met
een losse tak in mijn hand. Omdat ze zo dicht op elkaar staan weet ik niet eens
waar hij precies gezeten heeft. En hoewel hij dan al wat op leeftijd is heeft Paula
er toch wat moois van weten te maken.
Maar zo’n boom is natuurlijk pas echt af als er bloemen,
fruit en cadeautjes onder liggen.
Al moeten die verdomde cadeautjes eerst worden gekocht en
winkelen is niet mijn grootste hobby. Wat heb ik een gruwelijke hekel aan dat
zinloze geshop. Ik ben blij dat mijn kinderen ons vorig jaar verzocht hebben
het wat rustiger aan te doen. Morgenavond ga ik kijken of ik niet in één keer
alles via internet aan kan schaffen. Waarbij ik natuurlijk eerst ga kijken op
de website “duurzaam december”,
want daar staan een aantal sympathieke tips op. Want als ik mijn geld toch moet uitgeven dan liever aan rommel die het milieu minder zwaar belast en aan clubjes of aan idealistische mensen die ik het gun.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten