maandag 31 december 2012

De beste wensen?


Ja, natuurlijk de beste wensen aan iedereen die dit leest. Ik waardeer het dat je zo af en toe kennis neemt van mijn prozaïsche oprispingen.  Als deze een glimlach of een andere, voor mijn part negatieve reactie aan je ontlokken, dan is dat mooi.  
Moge in 2013 bijna al je wensen uitkomen en dat je het eind van het komend jaar in goede gezondheid mag afsluiten met voldoende nieuwe wensen voor 2014.
Vooral jou, je weet wie ik bedoel, jou wens ik nog het meest van iedereen het allerbeste.
Vergeet niet dat het met goede wensen zo is dat je er zelf ook wat aan zult moeten doen om ze uit te laten komen. Op je krent zitten en wachten tot de engelen gouden keutels op je hoofd schijten is er niet bij. Je zult ze je enthousiasme en je inzet moeten laten zien. Daar zijn ze dol op.
Daarnaast wens ik alle galbakken die ik ken en die ik niet ken, inclusief de nors kijkende trambestuurder die vandaag de deur niet even voor me open wilde maken, van harte de tyfus.
Ik wens hen verder toe wat vele anderen hen ook toewensen, tenzij het iets goeds is.
Zoals bekend komen slechte wensen meestal makkelijker uit dan goede. De galbakken hoeven alleen zichzelf te blijven. Vaak is dat voldoende om ze uiteindelijk de builenpest of een variatie daarop te bezorgen. Of, als dit teveel gevraagd is, op zijn minst jeuk aan hun anus.
En mocht jij ook nog een galbak voor ogen hebben die je hetzelfde toewenst als ik, weet dan dat ik achter je sta en hoop dat jouw wens in vervulling gaat. Tenzij je mij natuurlijk een galbak vindt.
Ik denk dat we  af moeten van die begripvolle, vergevingsgezinde mentaliteit die elke galbak altijd maar afschildert als een slachtoffer dat zelf niet verantwoordelijk is voor zijn onacceptabele daden of ideeën. Oog om oog, tand om tand.
En heb ik nog wensen voor mezelf? Niet bepaald. Of het zou moeten zijn dat het mij en degenen die ik lief heb voor de wind moge blijven gaan. We wachten het rustig af.

zondag 23 december 2012

Kerstverhaal.

Zelf dacht hij nu alles in huis te hebben, maar toen hij zich languit op de bank achter de TV wilde installeren ontdekte hij dat het bier bijna op was.
Dat was een tegenvaller. Gelukkig dat de winkels deze zondag geopend waren, al was het bijna vijf uur. Met enige tegenzin besloot hij daarom om snel naar het winkelcentrum toe te fietsen om nog een paar sixpacks te kopen.
Uit een loodgrijze lucht viel een druilerige motregen met zo af en toe een paar grote koude druppels er tussen. Het leek er op dat de weerman gelijk had gehad toe hij voorspelde dat het dit jaar vermoedelijk geen witte Kerst zou worden.
Ondanks de crisis was het onvoorstelbaar druk in de supermarkt. Er was bijna geen doorkomen aan. Iedereen wilde vandaag de laatste boodschappen in huis halen. Dan kon men het misschien morgen wat rustiger aan doen.
Opgewekt strooiden de luidsprekers kerstliedjes over de apathisch voor zich uitstarende massa.
Toen hij eens goed keek naar de kriskras door elkaar staande karretjes en zich afvroeg hoe hij het beste bij het bier kon komen zag hij Agnes, zijn buurvrouw, achter een volle boodschappenkar voorbij strompelen in de richting van een van de vele kassa’s. Als kind uit een streng gereformeerd gezin had zij polio gehad en daarom kon zij niet normaal lopen. Dit had haar erg verbitterd.
Hun blikken kruisten elkaar maar ze deed alsof ze hem niet zag. Onbewogen keek ze voor zich uit.
Wat had hij een hekel aan het mens. Altijd chagrijnig. Slechts een keer had hij haar zien lachen en pas toen had hij gezien hoe mooi ze kon zijn. Ze was net als hij begin vijftig. Twee jaar geleden was haar man bij een auto-ongeluk om het leven gekomen en sindsdien leed ze een teruggetrokken bestaan.
Alleen als het echt nodig was kwam ze de deur uit. Hij had haar al in weken niet gezien. Dat hij haar juist hier moest tegenkomen. Waarom ze zoveel boodschappen had begreep hij niet. Ze woonde net als hij alleen en had verder geen familie. Mogelijk waren het voorraden die ze had ingeslagen.
Toen hij eindelijk zijn biertjes had bemachtigd en afgerekend was zij nergens meer te bekennen.
Hij stapte op zijn fiets en bemerkte dat de regen was overgegaan in natte sneeuw. Over vijf minuten zou hij thuis zijn en hierna hoefde hij gelukkig de deur niet meer uit.
Aan het begin van het landweggetje, dat door de polder voerde naar de Vinex wijk waar hij woonde, zag hij haar voorovergebogen haar brommer met de zware boodschappentassen voort duwen. Hij stopte naast haar met zijn fiets en vroeg haar wat er aan de hand was. Het zweet stond op haar gezicht van het gezwoeg. “Een lekke band”, antwoordde ze nors. Haar adem ging piepend.
“Ik help je wel even”, was zijn reactie. Hij stapte af. “Pak jij mijn fiets, dan pak ik jouw brommer”.
Ze keek hem dankbaar aan. Nu hij eens goed keek zag hij hoe uitgeput ze was.
“Als je wilt dan kun je naar huis fietsen. Ik kom wel achter je aan.” Omdat het een damesfiets was gaf haar dit geen problemen.  Slingerend reed ze weg en verdween in het duister.
Inmiddels vielen grote vlokken sneeuw naar beneden en begon het zacht te waaien. Een kilometertje was het hooguit. Maar hij deed er ruim een kwartier over.
Ze stond al op hem te wachten, met de schuurdeur open. Zijn fiets had ze tegen zijn schuur gezet. Met enige moeite lukte het hem om haar brommer over de drempel naar binnen te krijgen.
“Ik heb koffie gezet. Kom binnen” Ze keek hem vriendelijk aan. “Ze heeft een mooi gezicht”, dacht hij. “Eerst even mijn fiets opruimen. Dan kom ik.”
“Je komt toch echt?” Hij was verbaasd over de bijna kwetsbare toon in haar stem. ”Natuurlijk kom ik.”
Even later zaten ze samen aan de koffie. De sneeuw die nu viel was zwaar en dik. De weerman had zich vergist. Het zou een mooie witte Kerst worden, dat wist hij zeker.

vrijdag 21 december 2012

Een beetje in de war


Ik kon mijn ogen niet af houden van die heerlijke billen van de bisschop. Ah. Wat werd ik toch op de proef gesteld door God. “Domine, ignosce mih”, prevelde ik. “God vergeef het me. Waarom ik God? Waarom ik?”
Met een gelaten uitdrukking op zijn gezicht sloeg hij zijn ogen op naar de hemel en zuchtte diep.

“Zijne Heiligheid…” Ik aarzelde. Hij zat daar zuchtend tegenover me. De man had het moeilijk en zat duidelijk met zichzelf in de knoop. Moest ik hem nu confronteren met zijn homoseksuele gevoelens of kon hij dit beter zelf ontdekken? Ik probeerde het nog eens.
“Zijne Heiligheid. Wat voelde u op dat moment? Behalve dan dat u erg in de war was?”
“Wat ik voelde? Wat denk je? Ik had een paal in mijn broek van zeker een halve meter.”
“Zo groot?”, vroeg ik hem verbaasd.
“Nu ja, bij wijze van spreken dan. Omdat u gebonden bent aan uw zwijgplicht mag ik wel verklappen dat ik hier beneden niet zo veel heb zitten. Zou dit misschien ook een reden zijn dat ik mij bij andere mannen niet op mijn gemak voel? Ik vertrouw die priesters van me niet zo erg. Natuurlijk weet ik wel dat voor velen van hen het celibaat een te zware opgave is. Ze zijn niet allemaal zo klein als ik geschapen…” Ik knikte als teken dat ik hem begreep en dat hij door moest gaan.
“Weet u…”, hij wenkte mij met zijn wijsvinger en toen ik met mijn hoofd dicht bij hem zat fluisterde hij vertrouwelijk in mijn oor “Ik verdenk hen er van dat ze ‘het’ met me willen doen”.
Het hoge woord was er uit. Typisch een geval van ontkenning en projectie met paranoïde trekjes.
“Met u? Maar u bent 85 jaar.”
Hij grijnsde vriendelijk “Het gaat er niet om dat ik 85 ben, maar hun baas. En wie wil zijn baas niet af en toe een stevige beurt geven?”
Ik keek op de klok. Het half uur was voorbij.
“Het is tijd. Volgende week verwacht ik u om dezelfde tijd. Ik geef u wat huiswerk mee. Mocht u de komende dagen weer het gevoel hebben dat ze u willen naaien hou dit dan niet voor u, maar maak dit bespreekbaar. Zeg gewoon wat u op het hart heeft en wacht de reacties af. Achteraf maakt u een verslag en dat wil ik een dag voor de sessie in mijn bezit hebben. U kunt het gewoon mailen. De verbinding is beveiligd. Is er nog iets wat u de komende dagen gaat doen dat van invloed zou kunnen zijn op onze gesprekken?”


Paus haalt opnieuw uit naar homo's

AMSTERDAM - Paus Benedictus XVI heeft zich vrijdag opnieuw negatief uitgelaten over homoseksuelen. 
Volgens de kerkvorst manipuleren homo's de rol die God hen heeft gegeven en vernietigen ze daarmee 'de essentie van het menselijk wezen'.
De paus deed zijn uitlatingen in zijn jaarlijkse kersttoespraak voor medewerkers van het Vaticaan. Het is een van de belangrijkste speeches voor de paus en hij sprak dit jaar vooral over het uitdragen van 'gezinswaarden'.

dinsdag 18 december 2012

Wij Nederlanders.

In oktober 2007 zei ze bij de presentatie van een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) over de nationale identiteit: “De Nederlander bestaat niet”. Nou, onze lieve prinses Maxima heeft geweten dat ze dit zei. Want al bedoelde ze dit alleen positief, de Nederlander vond dat hij wel degelijk een te herkennen eigen identiteit had.
Nederlander zijn betekent immers bemoeizuchtig zijn, kortzichtig, naïef en gierig. En natuurlijk vreselijk intolerant.  In een klein land, waar tot halverwege de vorige eeuw hele volksstammen geïsoleerd van elkaar leefden, waar onder de gewone bevolking veel armoede heerste en de mensen het katholieke of protestantse geloof met de paplepel ingegoten kregen, kun je verwachten deze typisch Hollandse eigenschappen aan te treffen.
Verder houdt de Nederlander van bloemen, stille tochten, schelden op regeringspartijen, stiekeme seks, het trekken van een vrome smoel als men verontwaardigd is, roddelen en het geven van geld aan goede doelen. Bijvoorbeeld aan de postcodeloterij, want dan kan hij zich even over geven aan de illusie dat hij binnen afzienbare tijd ongestraft op het bureau van zijn baas kan poepen.
Kortom, de Nederlander is een bijzonder mens. Als Maxima dat destijds had gezegd was iedereen tevreden geweest.
Denk nu niet dat ik met deze kort door de bocht opsomming alles gezegd heb wat ik vind van de Nederlander. Want als dit het enige was zat ik al lang in Lapland. En dat land schijnt het hoogste zelfmoordcijfer van Europa te hebben, dus zo gezellig is het daar blijkbaar niet.

Dus ondanks mijn gescheld op mijn medelander is er geen land ter wereld waar ik liever zou willen wonen dan hier in dit kutlandje.
De vriendelijkheid van de mensen, de hulpvaardigheid, ons gedoogbeleid, het eigenzinnige van velen.
Het is beslist een voorrecht om Nederlander te zijn. Alleen, wat zijn het vaak vreselijke zeikerds.
Zo is jeugdzorg van plan om een 15-jarige jongen bij zijn moeder weg te halen omdat zij hem alleen rauwkost te eten geeft en ze hem sinds twee jaar thuis houdt en zelf les geeft.
De jongen zelf vond het prima en zei dat hij een goede band met zijn moeder had. Iets wat heel veel jongeren niet kunnen zeggen, maar hen laat de jeugdzorg met rust. Die zelfde jeugdzorg heeft jaren lang zijn hoofd weg gedraaid (en doet dat nog steeds) toen haar pupillen in de pleeggezinnen waar zij door hen waren ondergebracht werden verkracht of anderszins seksueel misbruikt.
Die opgefokte trut van jeugdzorg maakte zich er op het journaal erg druk over dat de jongen thuis les kreeg en niet naar school ging. Want nu zou de knul nooit weten wat het is om schoolvriendjes te hebben.
Ik ben natuurlijk bevooroordeeld, want ik meen de mentaliteit van het wereldje van de hulp- en dienstverlening redelijk te kennen. Als je ergens de kans loopt om van die bevoogdende typetjes tegen te komen is het daar. Net als in het onderwijs, waar ik overigens zelf ook in zit. Ik zeg het zachtjes, want anders worden mijn lieve collega’s straks boos op me. En eerlijk is eerlijk, ik ben zelf ook niet helemaal vrij van een zekere evangelisatiedrift. Want dat is ook typisch Nederlands: de Nederlander voedt zijn naaste heel graag op.
Kortzichtig zijn we natuurlijk ook. Zo denken we bijvoorbeeld dat het bouwen van meer wegen de fileproblematiek oplost. Of dat het verplicht stellen van een aantal contacturen in het onderwijs de kwaliteit van het onderwijs ten goede zal komen. 
Hoe bekrompen we zijn kon je gisteren nog in de krant lezen, waarin stond dat leerlingen van een school na het behalen van hun diploma nog zestig uur les moesten volgen omdat de school niet aan de urennorm had voldaan. Regels zijn immers regels, zei de vertegenwoordiger van de inspectie. Wat een zieke geest heb je dan.
Dat we allemaal naïef zijn blijkt telkens weer uit het overdreven optimisme dat wij ten toon spreiden. 
Tenslotte zijn we een hardwerkend en spaarzaam volkje.
En als we deze goede eigenschappen van de Nederlander maar hoog in het vaandel dragen kan het niet verkeerd gaan.
We snappen dan ook helemaal niet waarom het zo slecht met de economie gaat. Dat schoolbestuurders en andere bobo’s in de eerste plaats aan hun eigenbelang denken en dan pas aan de belangen van de organisaties waar zij verantwoordelijk voor zijn. 
Dat het CBS en SCP voor 2012 een stijging tot 588.000 arme huishoudens (8,5 procent van alle huishoudens) voorziet. Hoe kan dit nu in ons rijke land?
We denken in onze naïviteit dat we leven in een land met eerlijke mensen, maar wist je bijvoorbeeld dat 30% van alle faillissementen het gevolg is van fraude? Het afgelopen jaar gingen zo'n 12.000 bedrijven failliet. Dus zo' 3600 daarvan hebben de boel opgelicht.
Nog sterker; wist je dat Nederland in de wereld bekend staat als fraudeland bij uitstek? Waarom dacht je dat zoveel buitenlandse bedrijven zich hier vestigen? Voor het weer?
En wij maar denken dat we in zo’n beschaafd landje wonen. Altijd klaar staand met commentaar op alles en op iedereen. Hoe naïef kun je zijn.

Zondag schreef ik een stukje over de kerstboom. Natuurlijk zullen er genoeg mensen zijn die vinden dat er niets boven een echte boom gaat. Vrijheid blijheid zou ik zo zeggen. Ik schat dat ik inmiddels al een paar honderd euro heb uitgespaard, vele uren bekijken, uitzoeken en sjouwen van een boom gemist heb en hiermee de ergernissen die dit met zich meebrengt. Maar koop volgend jaar gerust weer een echte boom. Ik haal de mijne wel van de vliering af.
De kerstboomverkoper moet natuurlijk ook wel een kans krijgen om een schamele boterham te verdienen.
Het was dan ook een genoegen om vanavond op tv te zien dat er ergens een gezin in Nederland is dat 34 echte kerstbomen in huis heeft staan, die allemaal volgens de laatste mode in ‘silent white’ waren versierd. Dat wil ik ook nog even kwijt over de identiteit van Nederlanders. Ze zijn knettergek. Vijftig man in een stille tocht voor een dode walvis…

zondag 16 december 2012

Kerstboom

Hij staat. Met een blik op oneindig en mijn verstand op nul ben ik de vliering op gegaan en heb de dozen met ballen, kleedjes, kersthuisjes en kerststukjes naar beneden gehaald. En de kerstboom natuurlijk, want daar was het me vooral om te doen.
Al jaren hoef ik mij niet druk te maken over het kopen van een boom. Deze ligt immers gewoon tussen de vakantiespullen op de vliering. Eén keer per jaar, als het bijna midwinter is, mag hij voor een paar weken naar beneden. Om te vieren dat vanaf nu de nachten weer korter en de dagen langer worden.

Al zie je dat het gewoon wordt om een kunstboom te hebben, er zijn genoeg mensen die zweren  bij een echte boom. Deze zou sfeervoller zijn dan een kunstboom en veel en veel gezelliger. Onzin natuurlijk. Waarom zou in een nepwereld als de onze de kerstboom echt moeten zijn?
Om te beginnen is het altijd een heel gedoe om een betaalbaar boompje te vinden dat mooi vol in zijn naalden zit en dat ook nog eens qua vorm voldoet. En als je er dan eindelijk een gevonden hebt moet je hem heelhuids thuis zien te krijgen. In de auto, achter op de fiets of lopend, gedragen door pa en ma, met pa natuurlijk voorop. Thuis gekomen moet hij meestal door de voordeur naar binnen.
Als zo’n boom te breed is zit er soms niks anders op om hem alvast hier en daar te snoeien.
De onderkant moet nog even mooi recht worden afgezaagd en ook de top moet worden bijgewerkt zodat de piek er goed op past.
Zo’n echte boom is behoorlijk zwaar en daarom moet hij stevig  worden vastgezet. Het leed is immers niet te overzien als hij om dondert.
Met niets van dit soort malle fratsen heb je te maken bij een kunstboom. Binnen een kwartier heb je hem in elkaar gezet.
Nu nog de ballen en andere versiersels er in. Een klusje dat de stemming er helemaal in kan brengen, vooral als pa en ma verschillende opvattingen hebben over hoe de boom het best kan worden versierd.
Net als bij de mode wil de commercie ons altijd laten geloven dat je er echt pas bij hoort als je de boom hebt versierd volgens de laatste mode. Dit jaar is dit ‘silent white’. Veel wit, ijzig wit.
Maar onze boom is vaak een echte ballenboom, al heeft Paula zich dit jaar keurig ingehouden. Silent white is niet aan ons besteed.
Van mijn jeugd herinner ik mij de zilveren trompetjes en vogeltjes in de boom. Die zie je nergens meer. Ook herinner ik mij dat er echte kaarsjes in de boom zaten. Voor mijn geestesoog zie ik vaag een geblakerde witte muur in de hoek bij het raam. Maar of de boom bij ons thuis ooit echt in de fik heeft gestaan weet ik niet zeker meer. Ik lijd aan selectieve jeugdamnesie en kan mij, op een enkele uitzondering na, nagenoeg niets meer van mijn jeugd herinneren.
Als de boom dan eindelijk staat is het verschil met een goeie kunstboom soms nauwelijks te zien. Dat verschil wordt pas echt duidelijk na enkele dagen.
Dan begint de echte boom uit te vallen, met als hoogtepunt het moment dat hij moet worden afgetuigd. Met een beetje pech vind je met Pasen nog wat bruine naalden terug in het kamerbrede tapijt.

Ik zou liegen als ik zei dat onze kunstboom een mooie boom is. Na zo’n tien jaar is het nieuwe er inmiddels wel van af. Ook kunstnaalden vallen uiteindelijk uit. Bij het opzetten van de boom stond ik zelfs ineens met een losse tak in mijn hand. Omdat ze zo dicht op elkaar staan weet ik niet eens waar hij precies gezeten heeft. En hoewel hij dan al wat op leeftijd is heeft Paula er toch wat moois van weten te maken.
Maar zo’n boom is natuurlijk pas echt af als er bloemen, fruit en cadeautjes onder liggen.
Al moeten die verdomde cadeautjes eerst worden gekocht en winkelen is niet mijn grootste hobby. Wat heb ik een gruwelijke hekel aan dat zinloze geshop. Ik ben blij dat mijn kinderen ons vorig jaar verzocht hebben het wat rustiger aan te doen. Morgenavond ga ik kijken of ik niet in één keer alles via internet aan kan schaffen. Waarbij ik natuurlijk eerst ga kijken op de website “duurzaam december”, want daar staan een aantal sympathieke tips op. Want als ik mijn geld toch moet uitgeven dan liever aan rommel die het milieu minder zwaar belast en aan clubjes of aan idealistische mensen die ik het gun.

vrijdag 14 december 2012

Oom Leen

Mijn oom Leen had ik al een tijdje niet gezien. Met zijn 87 jaar is hij de jongste niet meer en omdat hij een aantal jaren geleden z’n heup heeft  gebroken is hij niet meer zo mobiel.
Hij is de enige oom die ik nog wel eens zie. Vroeger kwam hij vaak bij mijn (stief)moeder langs en misschien doet hij dat nog. Alleen ga ik zelf niet zo vaak naar haar toe, dus de kans dat ik hem daar aantref is klein. Omdat het op het moment erg slecht met mijn moeder gaat, ga ik wat vaker langs bij haar de komende tijd.  Wie weet kom ik hem dan ook weer tegen
Mijn vader had meerdere broers en zussen, maar volgens mij zijn die inmiddels allemaal dood. Alleen oom Leen, die de jongste was, leeft nog.

Vanavond kwam ik net even na zessen thuis en gooide gewoontegetrouw gelijk het nieuws op.
Net als zovelen anderen heb ik na een lange werkdag nu eenmaal de behoefte aan het horen en zien van veel narigheid. Dat plaatst mijn eigen leventje weer even in een ander perspectief.
Zelf maak ik gelukkig niet zoveel narigheid mee. Op mijn werk is het altijd een groot feest, zelfs nu er straks weer zo’n 150 fte’s moeten worden ingeleverd en er ruim 200 mensen op straat komen te staan.   
Nadat er op de tv diverse vreselijke gebeurtenissen de revue waren gepasseerd werd er opeens gezegd dat er eindelijk een film gemaakt is over het bombardement van Rotterdam.
En wie werd er tot mijn grote verrassing door de verslaggever in de bioscoop geïnterviewd?  Jazeker, mijn eigen oom Leen. Hij zag er goed uit en vertelde dat zijn ervaringen van het bombardement weliswaar anders waren, maar dat hij toch de bibbers gekregen had van de film.
Het bombardement had vele honderden levens gekost. Eén van de slachtoffers was een tante van me. Ze kreeg een granaatscherf in haar lies en is hieraan door bloedverlies overleden.
Mijn oma heeft hier haar hele verdere leven verdriet over gehad.

Volgens mijn oom Leen heeft hij zijn leven te danken aan mijn vader. Hoe het precies in elkaar zit weet ik niet. Maar toen hij als soldaat in Indonesië gelegerd was tijdens de Bersiap periode (1945-46) raakte hij gewond. Mijn vader was gelukkig daar ook in de buurt gelegerd.
Hij zou op zijn paardje in zijn eentje naar hem toegegaan zijn om net zo lang voor hem te zorgen tot hij weer beter was. En zoiets doen in je eentje in die tijd was beslist niet zonder gevaar. Als ze je te pakken kregen ging je er aan. Menig soldaat hebben ze z’n scrotum afgesneden en in z’n mond gepropt. Maar mijn pa maakte zich zoveel zorgen over zijn jongste broer dat hij wel moest gaan.
Mijn pa, die overigens ook al vele jaren dood is, was vroeger een taaie. Aan hem heb ik mijn eigenzinnigheid te danken.

Ja, die oom Leen. Still going strong. Mijn kinderen vinden hem ook allemaal een aardige man. Het zou leuk zijn als zij hem straks een kerstkaartje zouden sturen en hem laten weten dat ze gehoord hebben dat hij op het journaal was. Het zou hem zeker goed doen. Dus kinders, mochten jullie dit lezen dan weet je wat je te doen staat.

maandag 3 december 2012

Halal plofkip

Laat me leven, jammerde de kip. Maak me niet dood. Met haar schele kippenogen keek ze me smekend aan. Ik had haar stevig vast tussen mijn knieën en hield haar nek achterover gedrukt met mijn linkerhand terwijl ik het scherpe mes, waarmee ik op het punt stond haar keel door te snijden, in mijn rechterhand hield.
Haar vriendinnen aten onverstoorbaar verder. Slechts een enkeling keek belangstellend toe, tuk op een verzetje.
De dood was voor hen geen onbekende. Grote zwarte ratten slopen ’s nachts het hok in om zich tegoed te doen aan zo’n weerloos kuiken. En ook andere rovers wisten het malse vlees te waarderen.
’ s Morgens vond je vaak de afgekloven kadavers in het stro liggen.
Dan had je de bedrijfsongelukjes. Zo af en toe bleef er namelijk een kip vastzitten aan een van de haken waar de rode plastic kerstklokvormige drinkbakken aan bevestigd werden. Natuurlijk probeerde ze dan los te komen, maar door het gespartel drong de haak alleen maar dieper in het vlees. Haar soortgenoten begonnen haar nu te pikken met hun scherpe snavels. De volgende dag vond je dan een uitgeholde kip aan zo’n haak hangen, half opgevreten door de andere kippen.
Op een ochtend lagen er honderden kuikens te stoven onder de kap van een gaskachel. Een drinkbak was ’s nachts van zijn haak gegleden en daardoor was het water, dat anders in de rand van de drinkbak bleef staan, het hok binnengestroomd. De kuikens, die bijeen gekropen waren onder de kap van de gaskachel om lekker warm te blijven, werden nat en door de hitte langzaam gesmoord.   Geen prettige dood. En een financiële strop voor de baas.
Ik bracht mijn hoofd dicht bij dat van de kip die ik vast had. Waarom zou ik jou laten leven? Kippen zijn gedoemd te sterven. Ze eindigen bijna allemaal in de maag van de mens. Ik had jou voor de barbecue van vanavond bestemd. Terwijl ik je kop naar Mekka laat wijzen snij ik in één keer je aders, je luchtpijp en je slokdarm door. Wat kun je als Halal plofkip nog meer verlangen?
Maar ik wil nog niet dood, sputterde de kip. Waarom zou je mij dood maken? Ik heb jou toch niets gedaan?
Nee, maar je smaakt zo lekker en morgen zou je toch met je vriendinnen naar de slachterij gaan. Vind je het niet prettig om misschien als enige apart geslacht te worden in plaats van dat je aan je eind komt aan de lopende band?
Ik zag haar nadenken en omdat ik wist dat het even kon duren eer ze ten volle zou beseffen welke eer haar te beurt viel haalde ik met een vloeiende beweging het vlijmscherpe mes over haar keel. Ze spartelde nog wat voor de vorm na met haar vleugeltjes maar hield daar al snel mee op.
Van mijn gasten kreeg ik ’s avonds complimenten voor de lekker malse kip die ik op de barbecue gelegd had.

zaterdag 1 december 2012

Alles is anders nu


Men heeft vandaag per decreet bepaald
dat het voeren van oorlog is achterhaald
Dat armoede en honger vanaf nu is verboden
En ook kinderarbeid is voortaan uit de mode

Behoeftigen moet men naar vermogen helpen
Zieken met liefdevolle aandacht overstelpen
We staan opeens weer aan een nieuw begin
‘Haat’ is helemaal uit en ‘liefde’ is in

Voortaan moet men minder geloven
Het is regen en geen zegen die er komt van boven
Zie daar een nieuwe wereld naar ons wenken
Goedgelovigheid maakt ten leste plaats voor denken

Een nieuwe en betere tijd is aangebroken
Vreugdevuren worden overal aangestoken
‘Hebben’ is uit en ‘zijn’ helemaal in
Vanaf vandaag is niemand meer te min

Vanaf nu leven wij volgens nieuwe geboden
Eren we de levenden zowel als de doden
Mijn liefste, jij bent en blijft  mijn beste makker
Laat mij nog even dromen, maak me niet wakker