vrijdag 20 januari 2012

Bekeerd

Ze hadden van hem weer een normaal mens gemaakt. Dat zeiden ze tenminste tegen hem bij het afscheid, waar zijn bloedmooie en oh zo geile therapeute hem nog eens allerhartelijkst had geknuffeld. Een half jaar geleden was hij nog homoseksueel geweest, maar dankzij de bemoeienis van de christentherapeuten van “Different” kon hij nu voor het eerst van zijn leven van een paar mooie stevige vrouwenbillen genieten, mits hij zich maar inbeeldde dat het een kerel was die daar voor hem liep. Uit dankbaarheid las hij nu dagelijks een kwartiertje in de bijbel en voor het eerst na jaren ging hij zondagsmorgen weer naar de kerk. Daar kreeg hij te horen dat zijn kansen op een plek in de hemel een stuk groter waren geworden nu hij zich van de homoseksualiteit had afgekeerd.
Hij overwoog zelfs om straks weer CDA te stemmen. Die Wilders was wel een lieve man maar naar zijn smaak iets te veel een macho. Al stond dat blonde koppie hem wel leuk. Nee, de PVV kon zijn stem wel missen.

Al bij zijn derde bezoek aan de kerk hoorde Harry dat de pedofiele priester die daar op de kansel stond, was ontslagen. Hij had zich weer eens aan een koorknaapje vergrepen.
Deze had in alle onschuld tegen zijn moeder thuis gezegd dat het toch zo’n vreselijk aardige man was. Veel aardiger dan papa, die nooit tijd voor hem had gehad en altijd maar met zijn werk bezig was. Zelfs toen papa was ontslagen had hij het nog steeds over zijn werk gehad. Maar nu was papa er gelukkig niet meer. Volgens mama was die hufter, want zo sprak zij over hem, gaan samenwonen met een vroegere leerling van hem, want ook een oude bok lustte wel eens een groen blaadje. Dat had hij niet helemaal begrepen van zijn mama. Wat had een oude bok er nu mee te maken dat zijn vader met een jong meisje was gaan samenwonen?
Maar de priester had wel oog voor hem. Soms mocht hij zelfs op zijn schoot zitten. Dan drukte hij hem heel stevig tegen zich aan en begon even later met zijn ogen te rollen en allerlei vreemde geluiden te maken. Zijn moeder wist genoeg en omdat het jachtseizoen op de pedofiel van de Rooms-Katholieke kerk al enige maanden open was, was de oude priester zoals men in jagerslatijn wel zegt “a sitting duck”. De bisschop van het bisdom zorgde snel voor een geruisloze overplaatsing en men slaagde er zelfs in om het nieuws uit de media te houden.
Met de nieuwe priester, een vriendelijk ogende man van ongeveer zijn eigen leeftijd, kon Harry het al gelijk goed vinden. Beiden waren groot liefhebber van Bach, die zij rekenden tot de allergrootsten.
Zij zaten dan ook graag bij elkaar thuis naar diens cantates te luisteren.
Het bleek al snel dat ook hier Gods wegen ondoorgrondelijk waren. Want al beweerden de therapeuten van “Different” dat Harry genezen was van zijn homoseksualiteit, ook zij kenden het masterplan niet. De vriendschap tussen hem en de priester werd na verloop van tijd liefde. En uiteindelijk een hartstochtelijke liefde, zoals deze alleen tussen mannen kan bestaan.

Het is een koude winteravond. Op de daken ligt zeker tien centimeter sneeuw. De twee mannen zitten behaaglijk weggekropen in hun chesterfieldstoelen bij de open haard, waarin grote blokken hout branden. Beiden zitten te lezen. Het licht van de schemerlampen is gedempt. Zacht klinkt “Es ist vollbracht” door de speakers. Harry legt zijn boek even opzij, kijkt even vertederd naar zijn vriend en blijft daarna met een vredige blik in zijn ogen voor zich uit staren in het vuur.
Ja, es ist vollbracht. Jetzt ist alles goed. Nog nooit had hij zich zo gelukkig gevoeld.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten