Ratten en mensen hebben immers veel met elkaar gemeen. Wie
daar meer over wil weten moet eens het boek “Hoe word ik een rat?” van Joep
Schrijvers lezen, dat gaat over de kunst van het konkelen en samenzweren in
organisaties.
Het is een hele geruststelling voor me te weten dat luiheid mogelijk
voor een deel bepaald wordt door onze genen. En als de natuur van iemand een
luilak gemaakt heeft zal de cultuur daar niet veel aan kunnen veranderen.
Bij sommige van mijn leerlingen heb ik het gevoel dat het
trekken is aan een dood paard als ik ze probeer te motiveren om wat vaker
aanwezig te zijn op school en wat harder te werken. Zo’n 40% haalt uiteindelijk
het tweede jaar niet en daar zitten heel wat luilakken tussen.
Eerst denk je nog dat je zo’n leerling niet op de juiste
toon hebt aangesproken. Had ik misschien wat fermer moeten zijn, vraag je je
af. Was ik te meegaand? Of was ik mogelijk te hard?
Je wilt je werk ten slotte goed doen.
Bovendien weet ik uit eigen ervaring wat het is om jarenlang
ongeschoold werk te moeten doen omdat je geen diploma’s hebt. Dus als je iemand
een dergelijk traject besparen kan is het alleszins de moeite waard daar beide
energie in te steken.
Je praat met zo’n leerling, je luistert naar zo’n leerling en
je hoopt dat het bij slechts één gesprek zal blijven.
Maar wat nu als zo’n leerling gewoon ouderwets lui is. Ik
heb het niet over ‘moe’, maar over lui.
Over iemand die het liefst met een joint tussen zijn lippen
in de koffieshop zit of op de bank hangt om van kanaal naar kanaal te zappen.
Iemand die geen flikker uitvoert en zich daarbij happy voelt?
Moet je zo’n leerling niet gewoon met rust laten en de
natuur zijn gang laten gaan? Hem aan het eind van het jaar bedanken voor zijn
gebrek aan inzet en hem het beste toewensen bij wat hij verder denkt te gaan
ondernemen. Is dan niet iedereen beter af?
Er zijn immers genoeg mensen die zich door de ratrace in de
samenleving laten opfokken. Een paar luilakken er tussen zorgen er misschien
wel voor dat de sfeer wat meer ontspannen wordt.
Altijd maar weer te moeten presteren is immers ook niet leuk
voor iedereen.
Stel je eens voor dat je elke dag weer met tegenzin naar
school gaat. Omdat het moet en er geen alternatief voor handen is. Er is immers
geen werk, recht op een uitkering heb je niet, een combinatie van werken en
leren is alleen mogelijk in een beperkt aantal beroepen, thuis blijven zonder
acceptabele reden wordt afgestraft door school, DUO en leerplicht en dus ben je
veroordeeld tot het aanhoren van het gezeik van een volwassene, die jou dingen
vertelt die je met een beetje goede wil zelf op internet vinden kunt en die je geen reet interesseren. Vreselijk
toch. Tot overmaat van ramp is er dan zo’n docent (ik dus) die je vermanend
toespreekt en je wijst op de gevolgen van te grote afwezigheid en het niet hard
genoeg werken.
En nu blijkt dat je er soms als leerling niets aan kunt
doen, omdat je van geboorte lui bent.
Voortaan vraag ik aan zo’n leerling gewoon of hij lui is. En
als hij of zij dit dan beaamt dan hou ik daar rekening mee in mijn begeleiding.
Want wie ben ik om tegen de natuur van anderen in te gaan?