woensdag 10 april 2013

Luiheid.

Luiheid schijnt deels erfelijk te zijn, hebben wetenschappers ontdekt. Weliswaar door het doen van experimenten bij ratten, maar wat zij gevonden hebben geldt vermoedelijk ook voor mensen.
Ratten en mensen hebben immers veel met elkaar gemeen. Wie daar meer over wil weten moet eens het boek “Hoe word ik een rat?” van Joep Schrijvers lezen, dat gaat over de kunst van het konkelen en samenzweren in organisaties.
Het is een hele geruststelling voor me te weten dat luiheid mogelijk voor een deel bepaald wordt door onze genen. En als de natuur van iemand een luilak gemaakt heeft zal de cultuur daar niet veel aan kunnen veranderen.
Bij sommige van mijn leerlingen heb ik het gevoel dat het trekken is aan een dood paard als ik ze probeer te motiveren om wat vaker aanwezig te zijn op school en wat harder te werken. Zo’n 40% haalt uiteindelijk het tweede jaar niet en daar zitten heel wat luilakken tussen.
Eerst denk je nog dat je zo’n leerling niet op de juiste toon hebt aangesproken. Had ik misschien wat fermer moeten zijn, vraag je je af. Was ik te meegaand? Of was ik mogelijk te hard?
Je wilt je werk ten slotte goed doen.
Bovendien weet ik uit eigen ervaring wat het is om jarenlang ongeschoold werk te moeten doen omdat je geen diploma’s hebt. Dus als je iemand een dergelijk traject besparen kan is het alleszins de moeite waard daar beide energie in te steken.
Je praat met zo’n leerling, je luistert naar zo’n leerling en je hoopt dat het bij slechts één gesprek zal blijven.
Maar wat nu als zo’n leerling gewoon ouderwets lui is. Ik heb het niet over ‘moe’, maar over lui.
Over iemand die het liefst met een joint tussen zijn lippen in de koffieshop zit of op de bank hangt om van kanaal naar kanaal te zappen. Iemand die geen flikker uitvoert en zich daarbij happy voelt?
Moet je zo’n leerling niet gewoon met rust laten en de natuur zijn gang laten gaan? Hem aan het eind van het jaar bedanken voor zijn gebrek aan inzet en hem het beste toewensen bij wat hij verder denkt te gaan ondernemen. Is dan niet iedereen beter af?
Er zijn immers genoeg mensen die zich door de ratrace in de samenleving laten opfokken. Een paar luilakken er tussen zorgen er misschien wel voor dat de sfeer wat meer ontspannen wordt.
Altijd maar weer te moeten presteren is immers ook niet leuk voor iedereen.

Stel je eens voor dat je elke dag weer met tegenzin naar school gaat. Omdat het moet en er geen alternatief voor handen is. Er is immers geen werk, recht op een uitkering heb je niet, een combinatie van werken en leren is alleen mogelijk in een beperkt aantal beroepen, thuis blijven zonder acceptabele reden wordt afgestraft door school, DUO en leerplicht en dus ben je veroordeeld tot het aanhoren van het gezeik van een volwassene, die jou dingen vertelt die je met een beetje goede wil zelf op internet vinden kunt en die je geen reet interesseren. Vreselijk toch. Tot overmaat van ramp is er dan zo’n docent (ik dus) die je vermanend toespreekt en je wijst op de gevolgen van te grote afwezigheid en het niet hard genoeg werken.
En nu blijkt dat je er soms als leerling niets aan kunt doen, omdat je van geboorte lui bent.
Voortaan vraag ik aan zo’n leerling gewoon of hij lui is. En als hij of zij dit dan beaamt dan hou ik daar rekening mee in mijn begeleiding. Want wie ben ik om tegen de natuur van anderen in te gaan? 

dinsdag 9 april 2013

Kinderen.

Ik schik een beetje in als een jonge vrouw naast me en een ander tegenover mij gaat zitten.
Zo te zien werkende moeders, collega’s of vriendinnen van elkaar. Misschien wel beide. Ze hebben het over hun kinderen. 
Vrouwen lijken altijd graag te praten over hun kinderen. Ik weet niet hoe dat komt. Er zijn toch veel interessantere onderwerpen om over te praten? Maar misschien moet je vrouw zijn om dit te begrijpen.
Hoe doet Bart het nu op school? Uit de manier waarop ze het vraagt maak ik op dat die spichtige rooie naast me niet zozeer geïnteresseerd is in hoe Bart het op school doet, maar dat ze vooral wil vertellen hoe haar kind het op school doet.
Bart? Oh, het gaat wel goed. Hij kent nu het hele alfabet en kan eenvoudige woordjes lezen, reageert het muisje tegenover haar.
Peter leest nu zonder problemen een heel boek. Van de juf mag hij zelfs zo af en toe de andere kinderen voorlezen, zegt de rooie triomfantelijk. Ze heeft een schelle stem en riekt een beetje uit haar mond. Niet echt mijn type.
Bart houdt niet zo van lezen. Rekenen, dat vindt hij leuk. Daar is hij toch zo goed in. Hij begrijpt alles onmiddellijk wat hem wordt uitgelegd. Vorige week vroeg de juf nog aan me of ik het niet erg vond dat Bart de andere kinderen hielp met het maken van sommen. Ik zeg, natuurlijk vind ik dat niet erg. Dat is goed voor zijn zelfvertrouwen.
De twee jonge vrouwen waren duidelijk trots op de prestaties van hun kroost.
Met die kleine van Marian gaat het niet zo best heb ik gehoord. Hij wil alleen maar spelen, zegt de rooie.
Echt? En wat vindt Marian daar van?
Die had het er over dat ze met hem naar een psycholoog wil gaan. Ze maakt zich ernstige zorgen. Thuis zit hij alleen met z’n autootjes te spelen. Of z’n tablet. Hij is bijna altijd stil. Eerlijk gezegd kan hij nog nauwelijks praten. Hij brabbelt maar wat. Volkomen onverstaanbaar.
Nou, die van mij kletst me anders de oren van mijn hoofd, zegt het muisje.
En die van mij dan. Je zou Peter eens moeten horen. Als ik hem de hele dag om me heen zou hebben zou ik gek worden. Nou ja, bij wijze van spreken dan. Hij is ook wel gezellig. Maar druk, hè. Erg druk.
Bart is ook zo druk. Maar dat hoort bij de leeftijd. Volgende week is hij jarig. Je komt toch ook, hè?
Wordt hij al weer één? Jeetje, wat gaat dat snel.
Mijn trein remt af. Ik ben er. Ik zal nooit te weten komen wat deze nieuwe generatie bollebozen nog meer voor geweldige kwaliteiten heeft. 
Mijn kleinzoon Teim wordt twee in juni. Moet ik nu voor hem ook een e-reader kopen?

zondag 7 april 2013

Afvallen.


Met moeite pers ik mij naast de volslanke brunette op het bankje. Ik heb geen zin om te blijven staan en alle andere plaatsen zijn al bezet. Het is gelukkig maar voor tien minuten.
Tegenover me zitten twee van haar vriendinnen. Ook behoorlijk aan de maat.
Het moet voor anderen een komisch tafereeltje zijn om dit kleine mannetje te zien in het gezelschap van zoveel lillend vlees en vet.
Wat ik er ook aan doe, ik val geen onsje af, verzucht de dame naast me. En ik ga toch twee keer per week naar de sportschool.
Ach meid, waarom zou je? Je hebt toch al een man…
Ze schateren van het lachen.
Ik heb haast geen enkels meer, zegt ze.  Moet je zien. Ongegeneerd trekt ze een broekspijp omhoog. Inderdaad zijn haar enkels even dik als haar onderbenen.
Voor de zomer moet er vijfentwintig af. Ik wil weer gewoon in mijn badpak op het strand kunnen liggen.
Vijfentwintig? Waarom geen vijftig?
Opnieuw geschater.
Je mag blij zijn als het je lukt om er tien af te krijgen, zegt de blonde in het gezelschap. Heb ik vorig jaar ook geprobeerd. Weet je nog?
De anderen knikken. Ja, maar jij zat toen in je scheiding. En dan ga je vanzelf wel eten. Allemaal van frustratie.
Ja, ik ben toen twintig kilo aangekomen in drie maanden.
Tegenwoordig drink ik de hele dag water, zegt de vrouw met het paarse jasje.
Zeker om je chocolaatjes weg te spoelen, reageert de dikkerd die naast me zit. Ze zegt het lachend zodat haar vriendin weet dat ze het niet meent.
Nee, echt. Ik ben al vijftien kilo kwijt. In nog geen twee maanden. Ze kijkt hen triomfantelijk aan.
Dat meen je niet, krijgt ze als reactie. Je kan het nog niet goed zien. Ja, je gezicht is geloof ik wat smaller geworden.
Nee, moet je straks maar eens naar mijn billen kijken. Zul je het gelijk zien.
Op je billen heb ik niet gelet. Ik kijk nooit naar vrouwenbillen. Behalve dan mijn eigen billen.
Ik vind hun gelach steeds meer op een soort krijsend geknor gaan lijken. Gelukkig moet ik er uit.
Ik wil er ook wel zo’n zes of zeven kwijt.  Twee per maand. Het is een bescheiden wens.
Als ik vijfentwintig kilo af zou vallen blijft er helemaal niets meer van me over.
Ik sta op. Sterkte dames, zeg ik. Ik ga voor twee kilo per maand tot de zomer. Moet lukken.
En met mijn rugzakje op loop ik snel in de richting van de uitgang, hen verbaasd achter latend.

vrijdag 5 april 2013

Oorlog?

Witgekrulde stapelwolken drijven voorbij in een verder strakblauwe lucht. Het lijkt wel lente. Met honderdveertig kilometer per uur razen we over de rails. De machinist doet zijn best mij te helpen om op tijd te komen.
Of het wat uit maakt. Van de vijfentwintig leerlingen verwacht ik er hooguit tien. Half negen is dan ook geen tijdstip om van hen te verlangen dat zij op school zijn. Zeker niet als zij les krijgen in statistiek. Begrijpelijk dat velen van hen zich dan nog eens omdraaien in hun bed.
Ik vang het woord “atoombom” naast me in het gangpad op en stop met lezen om te luisteren waar de jongeman met het scheef op zijn hoofd staande zwarte petje het over heeft.  Het blondje met de grote bruine ogen lijkt aan zijn lippen te hangen.
Alles wijst er op dat het deze keer verkeerd zal gaan. Die Kim is groot gebracht door een psychopaat en is er zelf ook een. Straks drukt hij vanuit zijn veilige bunker op de rode knop en ‘boem’, het startsein voor een 3e wereldoorlog.
Zou je denken? Hij maakt toch geen schijn van kans tegen Amerika?
Dacht je dat de Russen en Chinezen alleen maar zouden toekijken als Amerika Noord Korea naar de prehistorie bombardeert? Want reken maar dat ze dat gaan doen. Die willen hiermee gelijk een signaal afgeven aan Iran. Dat snap je toch zeker wel?
Als jij het zegt… Je ziet haar denken “Wat ziet hij er leuk uit met dat petje op. Ik hou van hem als hij zich zo op windt. Ik raak er zelf ook een beetje opgewonden van.”
Ik geloof niet dat het deze keer bij een ver-van-mijn-bed-show zal blijven. We zullen het allemaal gaan merken.
Ze zegt niets, maar blijft hem dromerig aankijken. Als iemand mij zo aankeek  zou ik geen woord meer over mijn lippen kunnen krijgen, maar haar ridder lult gewoon door.
Die F 22 is het modernste vliegtuig ter wereld op dit moment. Onzichtbaar voor radar, enorme vuurkracht. Denk jij nu heus dat ze die voor niks naar Zuid Korea hebben gestuurd?
De F 22? Rare naam voor een vliegtuig. Bestaat er ook een F 21?
Jazeker. Die hebben de Israëli’s. Ook al zo’n killing machine.
Ga jij vanavond nog naar Dizzy? Ze verandert opeens van onderwerp. Blijkbaar heeft haar het gepraat over een mogelijke wereldoorlog lang genoeg geduurd. Er zijn belangrijkere dingen.
Een avondje swingen op relaxte jazz bijvoorbeeld.
Ik zie hoe hij verrast wordt door haar onverwachte nauwelijks verkapte uitnodiging en draai me weer om naar het raam. Die stapelwolken hebben iets dreigends, bedenk ik. Misschien had die knul gelijk. Misschien ook niet. Zou er oorlog komen? Was dat niet een beetje vergezocht?
Ik voel hoe de trein afremt. Als ik nog geen tien minuten later voor de klas sta ben ik aangenaam verrast dat er zo’n vijftien leerlingen zijn. Een jonge meid roept plagerig dat ze speciaal voor mij vanmorgen zo vroeg is opgestaan, waarop de klas in lachen uitbarst. Ik ook voor jou, is mijn reactie. En nu even allemaal even je monden dicht. Dan kan de les beginnen.

donderdag 4 april 2013

Paradijs.

Ik neem graag de trein naar mijn werk. Soms reis ik in de spits en dan moet ik een kleine tien minuten staan. Maar meestal zit ik comfortabel op een bank en luister geamuseerd naar de gesprekken van de mensen om mij heen.
Deze keer zaten ze vlak voor me, twee mannen van middelbare leeftijd.
Ik had ze binnen zien komen. Ze zagen er afgetobd uit. Vast werkzaam in een bedrijf waar ze met steeds minder mensen steeds meer werk moesten verzetten. 
Misschien waren het wel collega’s van me. Daar heb ik, ondanks dat er honderden ontslagen zijn, er nog een paar duizend van.
Twee mannen. Hoge hypotheek, chagrijnige vrouw thuis en studerende kinderen die de weg naar pa’s portemonnee feilloos wisten te vinden. Kortom, gewone mannen in crisistijd.  
Heb jij gisteren nog op tv dat stuk over die belastingparadijzen gezien?
Nee, hoezo?
Wist je dat er naar schatting wereldwijd zo’n 32.000.000.000.000 dollar op een legale wijze door bedrijven en particulieren weggesluisd is naar belastingparadijzen?
Hoe spreek je dit uit?
32 biljoen.
Dat is veel geld. En wordt daar dan geen belasting over betaald?
Nee, natuurlijk niet oen. Daarom noemen ze het ook belastingparadijzen.
Dat geld is dus ook niet beschikbaar voor allerlei voorzieningen die er in een samenleving nodig zijn.
Nee, maar de wetten zijn zo gemaakt dat dit kan.
Fijne wetten zijn dat. En daarom moeten wij bezuinigen omdat die gasten met hun geld de grens over gaan.
Ja, en het schijnt dat de banken ze graag van dienst zijn. Het is tenslotte legaal.
Je vergeet de juristen. Die eten ook graag mee uit de ruif. Geld is tenslotte geld.
Dat de mensen dit pikken…
Jij pikt het toch ook? Man, het is toch altijd zo geweest. Het interesseert de mensen geen bal. Iedereen is nu bezig met het koningslied. Brood en spelen. Dat begrijpt tenminste iedereen.
Bij ons moeten er straks zo’n twintig uit.
Zit jij daar ook tussen?
Weet ik niet. Hoor ik volgende week. 32 biljoen zei je? Jezus, wat veel geld.