Saint Valery
en Caux, Seine Maritime. Eind van de ochtend en kleine vissersbootjes
brengen hun vangst aan wal, om deze hierna gelijk aan het publiek te verkopen. Verser
kan eigenlijk niet.
Ik kijk van de kade naar beneden in zo’n bootje, waar een
visser zijn netten aan het schoon maken is.
Je schrikt dan toch wel even als je hem met een grote hamer een
nog levende krab tot splinters ziet slaan. Of een
ander krabbetje z’n poten af draait, zodat hij hem makkelijker uit het net kan
verwijderen. Bijvangst noemen ze dat. Ongewenst en het duurt allemaal veel te
lang om ze levend te verwijderen. Dat vertellen ze er niet bij als je een visje
koopt.
Maar ik moet niet doen alsof ik van niets weet. Niet weet dat voor het verkrijgen van vlees,
vis en gevogelte constant een enorme hoeveelheid bloed onze rivieren in
stroomt. Miljoenen en miljoenen liters. Ook van dieren die nooit op ons bord
verschijnen, maar die geen of weinig marktwaarde hebben of alleen maar lastig
zijn.
Toen ik ooit op een kippenfarm werkte sloegen we de zieke
kippen dood tegen een paal of de muur. De eerste keer deed ik dit te langzaam
en pas de vierde of vijfde keer was het beest dood. Hierna sloeg ik een
volgende kip te hard tegen de paal en vloog zijn kop er af, over de verschrikt
kijkende andere kippen heen.
Maar nog steeds eet ik met veel genoegen mijn visje of
kippenboutje. Mits ze maar goed klaar gemaakt zijn.
Als klein kind stond ik soms tot aan de rand van mijn
kinderlaarsjes in het bloed van de varkens en koeien die door mijn oom werden
geslacht. Nou, die beesten wisten heus
wel wat hun te wachten stond als de klep van de veewagen werd neer gelaten.
Beesten hebben gevoelens en mogelijk intenser dan mensen,
omdat zij geen taal hebben om te communiceren. Zo zit er nu ergens in mijn werkkamer dicht
bij mij een muisje te knagen, dat stopt met knagen als ik op sta. Instinct, zul
je zeggen. M’n hoela. Wat is dit dan dat instinct? Gewoon een verzamelnaam voor
gedragingen van dieren waar de wetenschap geen verklaring voor heeft.
Men wauwelt elkaar maar na. Nee, dit muisje reageert zo
omdat mijn opstaan gevaar kan betekenen en daarom is het bang. Gevoelens dus.
Gewoon het eindproduct van hormonale secretie en interpretatie. En die angst is
terecht, want morgen ga ik valletjes neer zetten.
In de wereld, nee in het hele universum voert alles en
iedereen een niet aflatende strijd om te overleven. Of dit bewust of onbewust
gebeurt doet er niet toe. De dood is overal. En ongetwijfeld geldt dit ook voor
het leven. Dat er mensen leven die wel geloven in een God, maar zich niet
kunnen voorstellen dat het oneindige heelal barstens vol leven zit laat zien
dat we nog een lange weg te gaan hebben. Evolutionair gezien hebben we waarschijnlijk
net leren kruipen. De mens is een wezen dat op weg is. Als individu en als
soort. Wel tof dat ik daar deel van uit mag maken.
Ja, zo’n vakantie bied je de ruimte om weer eens rustig na
te denken. De uitkomst van dat denken hoef je niet altijd vrolijk te maken. Ook
al zijn de consequenties die ik er uit trek misschien niet altijd even leuk, ik
besef donders goed dat deze consequenties de reflecties zijn van mijn eigen
mind.
Ongenuanceerd, stellig, hard en onverbloemd. Maar wat is
daar mis mee?
Het proberen te verwoorden van de gedachten en bijbehorende
beelden is altijd weer een hele uitdaging.
Die weg, de weg waarop je aan alles twijfelt en gebiologeerd kennis
neemt van de verschrikkingen waarmee wij ook omgeven zijn, die weg is ook een
weg die je als mens moet gaan. Immers, wordt er niet gezegd “Onderzoek alles,
maar behoud het goede.”?
En om nu een lullig stukje te schrijven over alle leuke
vissersplaatsjes die we hebben bezocht aan de Franse kust, als een soort
toeristische handwijzer, dat doen anderen maar.
Ik heb veel mooie dingen gezien, maar werd pas echt gegrepen
door de ogenschijnlijke zinloosheid van het vermoorden, nee, vernietigen van
deze kleine zeedieren. Gelukkig zijn er ook nog veel leuke dingen om mijn mind
op te focussen. Bijvoorbeeld de drie weken Buitenkunst die vanaf zaterdag op
mij wachten.