vrijdag 27 juli 2012

Wreedheid.


Saint Valery en Caux, Seine Maritime. Eind van de ochtend en kleine vissersbootjes brengen hun vangst aan wal, om deze hierna gelijk aan het publiek te verkopen. Verser kan eigenlijk niet.
Ik kijk van de kade naar beneden in zo’n bootje, waar een visser zijn netten aan het schoon maken is.
Je schrikt dan toch wel even als je hem met een grote hamer een nog levende krab tot splinters ziet slaan.   Of een ander krabbetje z’n poten af draait, zodat hij hem makkelijker uit het net kan verwijderen. Bijvangst noemen ze dat. Ongewenst en het duurt allemaal veel te lang om ze levend te verwijderen. Dat vertellen ze er niet bij als je een visje koopt.
Maar ik moet niet doen alsof ik van niets weet.  Niet weet dat voor het verkrijgen van vlees, vis en gevogelte constant een enorme hoeveelheid bloed onze rivieren in stroomt. Miljoenen en miljoenen liters. Ook van dieren die nooit op ons bord verschijnen, maar die geen of weinig marktwaarde hebben of alleen maar lastig zijn.
Toen ik ooit op een kippenfarm werkte sloegen we de zieke kippen dood tegen een paal of de muur. De eerste keer deed ik dit te langzaam en pas de vierde of vijfde keer was het beest dood. Hierna sloeg ik een volgende kip te hard tegen de paal en vloog zijn kop er af, over de verschrikt kijkende andere kippen heen.
Maar nog steeds eet ik met veel genoegen mijn visje of kippenboutje. Mits ze maar goed klaar gemaakt zijn.
Als klein kind stond ik soms tot aan de rand van mijn kinderlaarsjes in het bloed van de varkens en koeien die door mijn oom werden geslacht.  Nou, die beesten wisten heus wel wat hun te wachten stond als de klep van de veewagen werd neer gelaten.
Beesten hebben gevoelens en mogelijk intenser dan mensen, omdat zij geen taal hebben om te communiceren.  Zo zit er nu ergens in mijn werkkamer dicht bij mij een muisje te knagen, dat stopt met knagen als ik op sta. Instinct, zul je zeggen. M’n hoela. Wat is dit dan dat instinct? Gewoon een verzamelnaam voor gedragingen van dieren waar de wetenschap geen verklaring voor heeft.
Men wauwelt elkaar maar na. Nee, dit muisje reageert zo omdat mijn opstaan gevaar kan betekenen en daarom is het bang. Gevoelens dus. Gewoon het eindproduct van hormonale secretie en interpretatie. En die angst is terecht, want morgen ga ik valletjes neer zetten.

In de wereld, nee in het hele universum voert alles en iedereen een niet aflatende strijd om te overleven. Of dit bewust of onbewust gebeurt doet er niet toe. De dood is overal. En ongetwijfeld geldt dit ook voor het leven. Dat er mensen leven die wel geloven in een God, maar zich niet kunnen voorstellen dat het oneindige heelal barstens vol leven zit laat zien dat we nog een lange weg te gaan hebben. Evolutionair gezien hebben we waarschijnlijk net leren kruipen. De mens is een wezen dat op weg is. Als individu en als soort. Wel tof dat ik daar deel van uit mag maken.

Ja, zo’n vakantie bied je de ruimte om weer eens rustig na te denken. De uitkomst van dat denken hoef je niet altijd vrolijk te maken. Ook al zijn de consequenties die ik er uit trek misschien niet altijd even leuk, ik besef donders goed dat deze consequenties de reflecties zijn van mijn eigen mind.
Ongenuanceerd, stellig, hard en onverbloemd. Maar wat is daar mis mee?
Het proberen te verwoorden van de gedachten en bijbehorende beelden is altijd weer een hele uitdaging.  Die weg, de weg waarop je aan alles twijfelt en gebiologeerd kennis neemt van de verschrikkingen waarmee wij ook omgeven zijn, die weg is ook een weg die je als mens moet gaan. Immers, wordt er niet gezegd “Onderzoek alles, maar behoud het goede.”?
En om nu een lullig stukje te schrijven over alle leuke vissersplaatsjes die we hebben bezocht aan de Franse kust, als een soort toeristische handwijzer, dat doen anderen maar.
Ik heb veel mooie dingen gezien, maar werd pas echt gegrepen door de ogenschijnlijke zinloosheid van het vermoorden, nee, vernietigen van deze kleine zeedieren. Gelukkig zijn er ook nog veel leuke dingen om mijn mind op te focussen. Bijvoorbeeld de drie weken Buitenkunst die vanaf zaterdag op mij wachten.

zaterdag 7 juli 2012

Even alleen, even niks doen


Kleine huislijke ongelukjes doen zich overall voor en daartoe reken ik ook die keer vorige week dat Paula door het bed heen zakte. Het was de tweede keer in nog geen week tijd en aan het gewicht van Paula lag het niet. Het bed was gewoon aan vervanging toe. Waarschijnlijk al enkele jaren geleden.
Vandaag hebben we een nieuw bed gekocht. Mijn armen zitten vol beurse plekken van het sjouwen.
Maandag heb ik pas tijd om het in elkaar te zetten en vannacht slapen we weer op ons matrasje op de grond. Niet zo erg, want als we straks op vakantie gaan is het niet anders. Kunnen we er vast aan wennen.
Ik schreef al dat het volle dagen waren en vandaag was geen uitzondering. Morgen weer de hele dag op pad en ’s avonds opnieuw een barbecue.
Ik geef toe dat het wat blasé en ondankbaar klinkt, maar het is niet anders. Het was maar goed dat we nog maar drie kwartier hadden vanavond voordat de film begon en we daarom noodgedwongen moesten volstaan met een kom soep en wat brood met kruidenboter of anders had ik weer tegen zo’n vol bord staan aan te hikken. Teveel mensen, teveel activiteiten, teveel eten, van alles teveel.
Straks weer teveel kilometers rijden. Bordeaux ligt immers ook niet om de hoek. Gelukkig hebben we een uiterst chique wagen voor teveel geld gehuurd en dan is het rijden niet zo vermoeiend.
Er zijn genoeg mensen die nooit wat mee maken. Die mogelijk te weinig hebben van alles.
Dat lijkt me ook niks. Twee keer niks eerlijk gezegd.
Nee, je kunt het geluk van mensen niet afmeten aan wat ze wel of niet hebben. Maar als ik voor mezelf spreek zou ik het niet erg vinden als ik een dagje kon wegkruipen in een hoekie met een boekie. En een paar natte kletsen binnen handbereik.

vrijdag 6 juli 2012

Gerrit Komrij


Vanmorgen werd op het nieuws bekend gemaakt dat een groot schrijver en dichter overleden is: Gerrit Komrij. Slechts  68 jaar is hij geworden. Nu gaan we gelukkig allemaal dood, maar vind je 68 ook niet een beetje jong? En dat niet alleen. Als Gerrit nog meer had willen zeggen had ik dit graag gehoord.  
Zijn vijanden zullen blij zijn dat hem nu de mond is gesnoerd. Hij kon ze immers genadeloos te kakken zetten. Als hij over ze schreef konden ze maar beter schaapachtig lachen en doen alsof het allemaal gezien moest worden als een grap. Elke andere reactie maakte het alleen maar erger voor ze. 
Schier eindeloos is de lijst van mensen die hij op zijn indringende en poëtische manier naar de verdoemenis heeft gewenst.
Consideratie leek Gerrit niet te kennen, al schijnt hij in de omgang een uiterst aimabele man geweest te zijn.
Gerrit kon prachtig en trefzeker  verwoorden wat velen van ons denken over zaken die niet kloppen in de samenleving. Al heb ik hem nooit een azijnpisser gevonden.
Hij had niet alleen letterlijk een grote neus, maar ook een goede neus voor de vele non-valeurs die ons het goed voorbeeld moeten geven, maar die steeds weer hun eigen belang blijken na te streven.
Vooral linkse politici, feministen, CEO’s, ambtenaren, andere schrijvers, religieuze zowel als wereldlijke leiders…als je er even voor gaat zitten is deze lijst moeiteloos uit te breiden. 
Als polemist was er niemand veilig voor zijn scherpe pen. Zijn dood is daarom nu voor sommigen een mooi moment om hun gal over hem uit te spuwen. Ik denk dat Gerrit, die zovele malen groter was dan zijn critici, schouderophalend zijn kopje thee had leeg gedronken en er verder geen aandacht aan zou hebben besteed. 
Veel van Gerrit heb ik niet gelezen. En wat ik van hem gelezen heb ben ik al weer vergeten. Wat natuurlijk veel over mij zegt en niets over Gerrit.
Dat ik nu “De gelukkige schizo” van hem aan het lezen ben is zuiver toeval.
De wereld wordt er armer van als mensen zoals Gerrit ons komen te ontvallen. Gelukkig hebben wij zijn erfenis nog. En de liefde die anderen voor hem voelen.

Voor Gerrit (door: Ramsey Nasr)

Ze zeiden dat je milder was geworden.
Hij is versoepeld de laatste tijd
verdomd, en schopt niet meer als vroeger.

Ik ken je weinig langer dan vandaag
kwam voor je vijandschap te laat
maar lieve Gerrit, nu je dan voorgoed

bedaard in je gedichten woont
de resten uitgezaaid tussen planken
nu je zonder stem, zonder koperen stem

nu je navelloos, nergens je stem –
kom dan dichter, met je tedere afstand
grijp je vast en vertak, geef ons hier

voor de laatste ondergrondse keer
je donkere kus van de poëzie.
Als ik ooit in dit leven wortelschiet

zal het door jou zijn. Alleen op papier
vinden de vogels reservenesten
bouwen de mensen zichzelf een land.

Ik wilde vandaag een reservedood bouwen
mijn dikke, dunne, zieke Komrij
om enkel de dood in op te vouwen.

Bijna vakantie


Het onweert. Eindelijk onweert het. Net als gisteren loopt het zweet tappelings langs mijn rug. Alleen lag ik toen in bed, terwijl ik er nu nog naar toe moet gaan.
De barbecue met het team en het afscheid van twee collega’s was alleszins geslaagd. Onder begeleiding van Reinier (trekzak), Erwin (gitaar) en mijn persoontje (gitaar) werden er uit volle borst smartlappen gezongen. De sfeer was geanimeerd. En we hadden het geluk dat het beloofde onweer op zich liet wachten. Pas om tien uur vielen er een paar regendruppels, maar toen was de barbecue al voorbij. Complimenten voor alle mensen die deze verzorgd hebben. Ze hadden er echt iets moois van gemaakt.
Het zijn volle dagen geweest. Bijna elke avond was er wel iets te doen. Voorlopig blijft dit wel zo. Maar het werk zit er voor de komende zeven weken bijna op.
Zes daarvan ga ik op vakantie. Waarvan drie weken naar Buitenkunst. Ik heb daar zoals altijd enorm veel zin in. Net als in de bijna dertig jaar hiervoor.
Voor mensen die het Buitenkunstgevoel niet kennen is dit niet aan uit te leggen. Ik ga het dus ook maar niet proberen. In ieder geval heb ik iets om naar uit te kijken. De mensen, het bos, het vuur, de programma’s, de presentaties, de sfeer, het meertje…

Ja, het meer. Al zo vaak heb ik daar aan het meer gezeten en gevoeld hoe ik van binnen tot rust kwam. 

Het meer

In de spiegelende oppervlakte van het meer
Ligt de stilte op me te wachten
En eindeloze sterrenachten
Als ik lig te mijmeren op het strand

Van binnen gaat een deur wijd open
Iets in mij treedt naar voren
Nu kan ik de innerlijke stem weer horen
Die verloren ging in het lawaai

Even is er de ontmoeting
Een magisch moment
In de schemering ga ik terug naar mijn tent
Vol licht van binnen

Lekker obscuur, zo’n bespiegeling. Maar het is wel waar. Het hele jaar neem je maar in en heb je geen tijd om alles te verteren. Zodra ik bij Buitenkunst ben lijkt er een knopje omgezet te worden en kom ik tot rust. Niet een apathische, lome, luie rust maar een dynamische energierijke rust waardoor  er veel ruimte ontstaat om mijn gevoelens en gedachten een plek te geven en ik enorme zin krijg om aan een van de vele workshops mee te doen. Ik mag in zekere zin weer even drie weken kind zijn.
Nu ben ik al een eind op weg naar mijn tweede jeugd. Het is een kwestie van tijd of ook de woorden in mij gaan verloren. Maar voorlopig heb ik er nog genoeg.

Inmiddels is het bijna twee uur. Toch maar even gaan pitten. Om half acht moet ik er weer uit.

dinsdag 3 juli 2012

Het mes


Beste Greet

Als iemand die graag anderen een mes in de rug  steekt heb je er vandaag zelf enige in je rug gestoken gekregen. Dit konden zelfs je beveiligers niet voorkomen.
Niet alleen de gebeurtenis maar ook de timing leek sterk op het moment dat je zelf je mes trok. Net als toen kwamen de dolken voor de slachtoffers totaal onverwachts.
Je wordt nu door je voormalige discipelen weg gezet als een Politieke Klaploper en Leugenaar.
Je zou dit een koekje van eigen deeg kunnen noemen. Een drol uit eigen ple.
Natuurlijk doet dit mij deugd. Als iemand die je gerust een xenofoob, nationalist en leider van een fascistische politieke beweging mag noemen, kun je van mij niet vaak genoeg zelf in de tang worden genomen. En dan het liefst nog door de domoren die kritiekloos achter je vaandel hebben gemarcheerd en die nu niet alleen lafbekken maar ook verraders blijken te zijn.
Lafbekken, omdat ze jarenlang hun mond gehouden hebben toen ze zichzelf in de schaduw van een grotere geest en groter beest beter waanden dan hun andersdenkende medemens, vooral de muzelman. En verraders…ach, moet ik dit nog uitleggen?
Je zult oogsten wat je zaait, Greet. Zelf sta ik bekend als vriendelijk en zachtmoedig, maar dat betekent allerminst dat ik jouw wijze van optreden en het gedachtengoed dat je als een soort van virus verspreidt kan waarderen. Erger, ik vind het verfoeilijk.
Helaas ben je de spreekbuis van velen. Mensen die denken dat ze beter af zullen zijn als jij het voor het zeggen krijgt. Alleen gaat dit laatste niet gebeuren. Nu niet en nooit.
Dat betekent dat je ze allemaal besodemietert. 
Even leek het er op dat je invloed zou gaan krijgen. Die kortzichtige flapdrollen van de VVD en religieuze draaikonten van het CDA voelden blijkbaar genoeg verwantschap met jouw ideeën om je mee te laten beslissen over wat wel en wat niet kan in ons landje. Over hoe wij naar onze andersdenkende medemens moesten kijken. Maar je hebt het zelf verknald en sindsdien slaap ik weer beter.

Ik heb je programma gezien. Hiermee ga je scoren. Want als de verpakking mooi is verwachten de mensen dat dit ook geldt voor de inhoud. Maar juist een drol moet je mooi inpakken om de mensen te laten geloven dat er iets moois in het pakje zit. Anders nemen ze het niet van je aan.
Natuurlijk zijn er velen die graag 140 kilometer per uur over de snelwegen rijden. Dit doen ze nu al en als dit nu zou mogen zouden zij je dankbaar zijn. Maar waarom 140 kilometer per uur, Greet?
Wees ze allemaal voor en zeg dat je de maximumsnelheid straks gewoon af wil schaffen. Dan kan niemand jou rechts passeren.
Ik snap ook niet dat je de vriendschap met onze Mark destijds zo nodig op het spel moest zetten. Beiden willen jullie van ontwikkelingshulp af.  Al dat vele geld dat vervolgens over blijft kunnen we immers zelf heel goed gebruiken, nietwaar? Onze ontwikkelingshulp is toch slechts een druppel op de gloeiende plaat. We kunnen beter duidelijk zijn en gewoon zeggen tegen die hongerlijders dat ze niks krijgen.
Zijn jullie niet beide voorstanders van het Sociaal Darwinisme, dat kort door de bocht er op neer komt dat het hemd altijd nader is dan de rok? En dat als iets niet levensvatbaar is het  dan maar moet verdwijnen?
Maar Greet, als jouw PVV nu eens niet levensvatbaar blijkt te zijn? Maar slechts een uitlaatklep voor gefrustreerde mensen, die zich door jou aan het lijntje laten houden? Wat dan Greet?
Hef je dan je clubje op? Ik heb begrepen dat er naast de twee vogels die vandaag uit hun kooi zijn ontsnapt nog vijf parlementsleden hun messen aan het slijpen zijn en weg willen vliegen. Ik zou mijn rug maar goed in de gaten houden de komende tijd.
Het beloofde vanmorgen een gewone dag te worden. Maar ik had niet kunnen voorzien dat de Grote Marionettenspeler die boven de wolken woont voor de grap aan een ander touwtje zou gaan trekken. En mij hiermee in een uitstekende stemming zou brengen.
Met spanning wacht ik op het volgende bedrijf van deze klucht.