Gapend zit ik achter mijn
computer. Het is bijna drie uur ’s middags. De laatste les zit er op. Ik ben
een kwartiertje eerder gestopt. Straks gaan we nog even borrelen, maar niemand
maakt aanstalten om op te stappen. Een collega van het stagebureau gaat
met zwangerschapsverlof en heeft ons uitgenodigd om haar afscheid te vieren.
Gaan we nu wel of niet? Ik heb
zin in een grote natte klets. Twee is ook goed.
Als we dan uiteindelijk toch in het doelencafé aankomen zitten
er al een paar collega’s. Later voegen zich er meer bij. Ondanks dat twee van
hen vandaag te horen hebben gekregen dat hun arbeidscontract in verband met de
reorganisatie niet zal worden verlengd is de sfeer geanimeerd. Tegen etenstijd ga ik aangeschoten naar huis. Drank en ik passen
niet goed bij elkaar. Ik heb al snel een
volle blaas en sla meer wartaal uit dan ik toch al uit gewoonte voor de klas
doe. Ik haast mij naar de halte en binnen
twee minuten komt de tram er aan.
Ik ben bijna thuis. Mijn blaas staat op springen en ik
besluit om eerder uit te stappen. In het Bachbos, een strook groen met wat
vermolmde populieren langs de tramrails met een pad van houtsnippers waarover
ik naar huis kan lopen, laat ik hem er uit hangen. Of de villabewoners aan de
andere kant van de zwarte sloot die er ligt mogelijk hun maaltijd zullen onderbreken
om naar mij te gluren interesseert me niet zo. Ik ben al blij dat ik even
rustig kan piesen.
Slechts twee flesjes Westmalle heb ik op, maar het voelt
alsof ik de hele middag heb zitten zuipen.
Nee, mijn tolerantie voor alcohol is al jaren niet meer wat
het vroeger is geweest. En ik voeg hier het adjectief ‘gelukkig’ aan toe, want
je kunt het volgens mij beter aan de wetenschap over laten om het kleine beetje
hersens dat je als mens hebt op sterk
water te zetten.
Je moet erg voorzichtig zijn met dat goedje. Alcohol is
namelijk hartstikke giftig voor de hersenen. Dat het bovendien verslavend is
maakt het alleen maar erger.
Met een sierlijk boogje laat ik mijn blaas leeg lopen in het
riet. Er lijkt geen einde aan het dunne doorzichtige helder straaltje te komen.
Ik ben dan ook erg opgelucht als ik de laatste druppel van
mijn knuppeltje af kan schudden.
Thuis gekomen zitten Lizzy en Paula al aan tafel. Ik schuif
aan en voel de vermoeidheid van een lange dag van me af glijden. Het is
vakantie.