woensdag 31 augustus 2011

Propje.

Ze heeft me zomaar op de grond gegooid en niet eens in de prullenbak. Wat flauw. Eerst werd ik door haar vanmorgen uitgeprint. Daarna heeft ze stevig in me zitten krassen en mij in haar tas gestopt. Ik dacht dat ze me opborg zodat ze later alles nog eens op een rijtje zou kunnen zetten. Maar nee, hoor. Ze verfrommelde me nadat ze me misschien wel voor de vijfde keer gelezen had en toen de tram er aan kwam gooide ze me op de grond. Nu lig ik hier onder de bank in het wachthuisje bij de tramhalte. Straks komt er iemand langs en gaat me misschien lezen. Nou, dan zal die persoon wel rooie oortjes krijgen. Ik ben alleen voor Kees bedoeld, maar Kees zal nooit weten wat zijn Annelies aan hem geschreven heeft. Kees zal denken dat Annelies nog steeds van hem houdt. Arme Kees, ik zou hem graag vertellen hoe het werkelijk in elkaar zit. Zie, die oude man staat naar me te kijken. Wedden dat hij mij straks op pakt en begint te lezen?

Ik ben vroeg. De tram heb ik net gemist, maar dat geeft niet. Ik heb de tijd. Wat ligt daar onder de bank? Een grote prop. Laat ik die maar in de prullenbak gooien. Maar ik wil eerst eens lezen wat er in geschreven staat.

Lieve Kees,

Wat heb je me verdriet gedaan. Wat ben ik verdrietig. Je hebt me zo gekwetst in de war gemaakt met je laatste telefoontje. Je bent een grote zak Hoe kon je zo ongevoelig zijn? Je weet toch dat ik een minderwaardigheidscomplex negatief beeld heb van mezelf? En dat beeld is er niet positiever op geworden na ons telefoongesprek. Dat jij Gerda weer toevallig bent tegen gekomen is natuurlijk onzin leuk voor je, maar zoals jij die trut haar ophemelde vond ik zwaar klote niet fijn.
Toen jij vijf jaar geleden bij haar weg ging, zei je dat je opgelucht was dat het allemaal voorbij was.
Ik heb het idee dat je de laatste maanden elke dag met haar in de koffer lag haar al weer enkele maanden ziet. Dat gevoel heb ik tenminste. Maar jij zei me dat je haar vorige week toevallig in de stad had gezien, jij vuile leugenaar. Ik weet het niet Kees. Ik weet niet of ik je kan geloven.
Je bent de laatste maanden volgens mij weer strontverliefd op die slet zo anders.
Ik vroeg me al af waarom je zo overdreven vrolijk was.
Of was je soms ineens zo blij met mij? Alleen omdat ik tien vijf kilo ben afgevallen? Je zat me iets te vaak te vertellen hoeveel je van me hield.
Kees, wat mij betreft is het uit ik weet niet wat ik er verder van moet denken. Zeker nu je me verteld heb dat Gerda weer alleen woont. Die hoer Ze zal proberen om je terug te krijgen.
En ik ben geen partij voor die stomme teef haar; dat denk ik tenminste.Het beste zou zijn


Hier hield de brief plotseling op.

Hier sta ik dan met een stukje van het leven van andere mensen in mijn handen. Wie zou de vrouw zijn die dit heeft geschreven? Wie is Kees? Wie is Gerda? Ik besluit om het propje niet weg te gooien.
Dit ga ik mooi verwerken op mijn weblog. Dus Kees, mocht je toevallig dit blog lezen en je een zekere Gerda kennen waar je iets mee hebt gehad, kijk dan maar uit. Ik adviseer je om trouw te blijven aan het vriendinnetje dat je nu hebt. Ik ken haar niet, maar het lijkt me dat ze veel van je houdt. En die Gerda? Ach, alleen een ezel stoot zich twee keer aan dezelfde steen.

maandag 29 augustus 2011

Geld, geld, mijn God…het regent geld.

De grote verliezer vandaag voor mij is de man die, onherkenbaar in beeld, het door hem bijeen gesprokkelde geld terug gaf aan de chauffeur van de geldtransportauto, die vandaag in de buurt van Maastricht op de snelweg een cassette met tienduizenden euro’s verloor, die vervolgens door een auto aan gruzelementen werd gereden, waarna de briefjes van tien, twintig en vijftig euro als bladeren door de lucht dwarrelden. Achterop komende automobilisten bedachten zich geen ogenblik en sloegen onmiddellijk aan het graaien. Ja, de grote winnaars van vandaag zijn Bart en Marike.
Een televisieploeg was snel ter plaatse en op het journaal zag je hoe ogenschijnlijk keurige burgers zichzelf dit buitenkansje niet lieten ontgaan en snel hun zakken vulden. Enkelen hebben inmiddels al gebeld en gezegd spijt te hebben van hun gedrag en besloten om dit geld, onder aftrek van de kosten die deze traumatiserende ervaring met zich mee brengt, terug te storten. Dat waren de mensen die zo duidelijk in beeld waren verschenen op t.v. Ik ga er van uit dat de man, die onherkenbaar in beeld wilde blijven, met de camera op hem gericht ter plekke verzon dat hij de chauffeur wilde helpen. We zullen het nooit weten.

Het was een rot vakantie, Bart.
Ja Marike. Dat weten we nu wel. Hou er toch eens over op.
We hadden niet in Nederland moeten blijven, maar net als vorig jaar naar Torremolinos moeten gaan. Laten we straks in de kerstvakantie alsnog gaan. Ik verlang zo naar de zon.
Het geld groeit me niet op de rug, schat.
Geld, altijd maar dat geld. Als ik nu eens heel hard tot onze Lieve Vrouwe bid zorgt zij misschien wel voor een wonder.
De vrouw sluit haar ogen en begint te bidden.
Lieve Vrouwe, wij zijn eenvoudige mensen en hebben altijd pech. Deze zomer zijn we in Nederland weggeregend. Zou u alstublieft ons willen helpen zodat wij straks in december onbezorgd op vakantie kunnen gaan naar Torremolinos?
Hou je vast Marike. Ik moet stoppen. Daar is wat gebeurd. Kijk eens onze Lieve Vrouwe heeft je gebed nu al verhoord.
Bart wijst op de kleurige bankbiljetten die uit de lucht naar beneden vallen.
Een wonder, roept Marike. Beiden slaan een kruisje, springen uit de auto die ze op de vluchtstrook hebben neergezet en beginnen hun zakken te vullen.
Als ze thuis zijn en naar het journaal kijken, zien ze een aantal mensen op de snelweg met hun handen vol geld. Tegen wil en dank zijn het even bekende Nederlanders.
Bart en Marike, die zo’n zesduizend euro rijker zijn geworden na het incident, stoten elkaar grinnikend aan. Zij waren niet in beeld. Alleen in dit weblog. Maar wie leest dat nou?

zondag 28 augustus 2011

Mooie luchten

Vanuit mijn zolderraam zie ik woeste wolkenpartijen naar het oosten wegtrekken. Het is een prachtig en indrukwekkend gezicht.
Vandaag heeft het in Schiedam weer vele uren geregend. Voorlopig lijkt het er niet op dat het beter wordt. Ik hou van dit weer. Zolang het niet onafgebroken regent en ik nog tijd kan vinden om een half uurtje met ontblote bast in het zonnetje te zitten, met een ijskoude mojito binnen handbereik, is het prima. Natuurlijk is het vervelend dat de wind af en toe het water uit de goot opwaait, zodat er dan koude druppels op mijn mooie jongenslijf vallen. Maar als ik de tuinstoel een stukje verschuif heb ik hier verder geen last van.
Tussen de buien door heb ik vanmorgen na lange tijd weer eens zo’n tien kilometer gerend. Natuurlijk was ik al binnen een kwartier zeiknat. Ik werd gegrepen door een klein staartje van een regenbui, waarbij enorme druppels als tentharingen de grond in sloegen. En nergens een plek waar ik schuilen kon. Maar het lopen ging goed, al loop ik nu wel weer een beetje mank.
Na het rennen even de stoomcabine in om het laatste zweet er grondig uit te zweten. Aansluitend koud gedoucht en, nadat ik mezelf verder verzorgd had, een half uurtje gemediteerd. Pas daarna ben ik aan mijn ontbijt begonnen. Het was toen inmiddels twaalf uur geweest.
Dit zondagsritueel bevalt me uitstekend. Er zijn mensen die ‘s zondags in een kringetje bij elkaar om een gesloten koekjestrommel zitten, wachtend op het volgend kopje koffie. Maar die tijd heb ik al vele jaren geleden achter me gelaten.
Hoe meer mensen je in dit soort situaties brengt, hoe groter is de kans dat ze kwaad beginnen te spreken over anderen of over hun slechte gezondheid beginnen te emmeren.
Toen mijn schoonmoeder lang geleden nog leefde en ik op visite was gebruikte ik mijn tijd meestal om de krant eens goed door te spitten. In het begin vond men dat vreemd, maar ik vermoed dat men mij sowieso al vreemd vond. Maar nooit werd mij verzocht om de krant weg te leggen en eens gezellig mee te beppen. En dat heb ik altijd gewaardeerd.
De eerste werkweek zit er op. Sommige van mijn collega’s zag ik al weer schuimbekkend en kwijlend door de gangen lopen omdat er, zoals altijd aan het begin van het schooljaar en daarna de rest van het jaar, weer veel zaken niet goed waren geregeld.
Anderen, zoals ik, stoorden zich er niet teveel aan. Mijn motto is: alles wat goed gaat is meegenomen en laten we ons vooral dáár op focussen. Help elkaar waar nodig en hou op met het gemopper. Allemaal negatieve energie. Mouwen opgestroopt en er tegen aan.
Maar ik kan makkelijk praten. Want ik heb mij kunnen opladen bij Buitenkunst, heb vorige week twee paar mooie schoenen gekocht en speel liedjes van Tom Waits op mijn gitaar, zij het vaak nog gebrekkig. En dan is het leven mooi, heb je minder last van de chaos en kan het je niet zo veel schelen dat je geen rooster hebt, dat het rooster dat je uiteindelijk krijgt niet klopt, dat er onduidelijkheid bestaat over van alles en nog wat en het op de achtste etage waar wij zitten, met een prachtig uitzicht over Rotterdam, bloedheet is en het zweet door de hoge vochtigheidsgraad van de lucht tappelings langs je rug loopt. Want die nieuwe schoenen lopen toch lekker. Heerlijk.

zaterdag 27 augustus 2011

Mijn geheim.

Op weg naar mijn moeder besloten we nog even naar de bieb te gaan, want je hebt daar van die heerlijke toiletten. Tot onze aangename verrassing waren er een aantal standjes die reclame maakten voor de cursussen en overige activiteiten die er de komende tijd zijn in Rotterdam.
Bij zo’n stand werd ik aangesproken door Marjan, die ik al weer jaren niet had gezien en die ik alleen maar tegen kom bij dit soort gelegenheden. Wij kennen elkaar van Buitenkunst, maar eerlijk gezegd weet ik niet eens meer van wanneer. En nog eerlijker gezegd moet ik bekennen dat ik niet eens zeker weet dat wij elkaar kennen van Buitenkunst, al zegt zij van wel. Heb ik ‘iets’ met haar gehad en zo ja, wat dan wel? En zo nee, waarom niet?
Ik kreeg een foldertje in mijn handen gedrukt, waarin ik werd uitgenodigd om mee te doen aan een Workshop over het leren omgaan met geheimen. Hé, dat is origineel. Ik citeer “ Hoe kan ik met mijn gevoelens van falen, ongemak, gêne, schaamte of schuld omgaan zonder dat ik mijn geheim inhoudelijk prijsgeef?”
Ik wilde me gelijk inschrijven, want mijn God, wat liggen mijn geheimen zwaar op mijn maag. Ik ga er zwaar onder gebukt. ’s Nachts slaap ik niet of erg slecht en ik durf niemand meer recht in de ogen te kijken. Eerlijk gezegd, ga ik er kapot aan.
Dit moet niet langer duren. Zo kan ik er beter een eind aan maken. Hoe kon ik toch zo stom zijn…
Ik ben voortdurend op mijn hoede, zit maar te piekeren, voel hoe ik gefaald heb, schaam me diep en ben uitgeput van het onderdrukken van mijn emoties en het bewaren van mijn geheimen.
Ach, bij nader inzien zijn mijn geheimen ook niet wereldschokkend. Het moet mijn narcistische inslag zijn dat ik er niet wakker van kan liggen.
Kijk, als ik destijds die dealer in Eilat had vermoord, die mij gewoon karton had verkocht en beweerde dat het papertrips waren, dan had ik een geheim gehad.
Maar ik heb hem helaas niet vermoord en nadat hij mij mijn geld had terugbetaald heeft hij van talloze mensen waarmee ik toen in een van papier, karton en plastic opgetrokken dorp woonde in de wadi achter de jeugdherberg, het paspoort gestolen. The bastard.
Ook heb ik niet meegedaan aan het stelen van een auto, toen wij er maar niet in slaagden om weg te komen uit Lyon. Uiteindelijk bleek dit niet nodig te zijn.
Met uitzondering van die keer dat wij elkaars namen niet aan elkaar verteld hadden (Ik schatte haar in op 30 jaar, ze was bloedmooi en net als ik konijnengeil; we kenden elkaar nog geen half uur, dus eigenlijk kenden we elkaar niet.) ben ik nooit vreemd gegaan. Je naam is toch wel het minste wat je met een ander kunt delen, vind ik.
De waslijst van dingen die onmaatschappelijk zijn en die ik niet gedaan heb is eindeloos lang.
Daarmee vergeleken stelt de lijst van onmaatschappelijke dingen die ik wel gedaan heb niets voor.
Je hoeft geen psychopaat of narcist te zijn om je geheimen een plekje te kunnen geven.
“Niemand weet, niemand weet, dat ik Repelsteeltje heet”, sprak de dwerg. Maar hij was niet voorzichtig genoeg en nu weet iedereen het. Laat ik ook maar op mijn woorden passen.
Bijna zestig ben ik nu. Heb een opleiding tot maatschappelijk werker en psycholoog. Werk mijn leven lang al met mensen. Hoe denk ik nu over hen en over mezelf?
Als je mijn blogs regelmatig leest weet je dat ik de mens zie als een Wolf.
En dat is positief. Want wolven, zijn warmbloedige, sociale, wrede dieren.
Het is daarom dat we gedrild moeten worden tot gehoorzaamheid. Wat niet betekent dat we altijd moeten leven volgens de regels die ons zijn opgelegd.
De mens moet leren om zijn schaduwzijde en lichtzijde te verzoenen. Hij moet leren om ‘heel’ te worden. Veel mensen die ik ken hebben veel moeite om te accepteren dat ze zijn wie ze zijn en dat alles is zoals het is. De bottomline is acceptatie. Daar begint alles mee. Vechten is zinloos, kost veel energie en leidt uiteindelijk tot niets.
Jung schreef dat de mens het onbepaalde is. Ik deel zijn opvatting. Wij zijn onbepaald, wij moeten onszelf leren te bepalen. Ontdekken wie we zijn, accepteren wie we zijn en houden van wie we zijn.
Een andere houding, de ontkenning van wat is, leidt tot onnodig veel ongemakken en verdriet.
Gedenk het elfde gebod: Heb uw naaste lief als u zelf. En dit laatste is mogelijk door mededogen te hebben met je zelf om de stommiteiten die je hebt begaan en zult blijven begaan. Totdat op zekere dag de luikjes voorgoed sluiten en wij aan de reis van de totale vergetelheid beginnen.

vrijdag 26 augustus 2011

Ik ben geen saai mens, zegt men.

Mensen zijn rare sentimentele knakworsten, om zomaar wat te noemen. En ik ben geen uitzondering. Toen ik in verband met een uitwisselingsprogramma zo’n jaar of tien geleden in Amerika zat had ik de behoefte om te weten te komen hoe het ging met mijn Amerikaanse vriendin van destijds. Ik had haar zeker vijfentwintig jaar niet gezien en wij waren zonder afscheid van elkaar te nemen uit elkaar gegaan.
Aangemoedigd door mijn gastheer belde ik haar vader en die gaf mij haar telefoonnummer. Eerst kreeg ik haar man aan de telefoon en daarna haar zelf. Het was heerlijk om weer even haar stem te horen en te weten dat het goed met haar ging. Toen ik ophing besefte ik niet dat dit waarschijnlijk de laatste keer zou zijn dat ik haar sprak.
Het is raar als het verleden zich met bijna de snelheid van het licht door een wormgat perst, zodat je van het ene op het andere moment een kwart eeuw overbrugt.
Ik heb het geluk dat er veel lieve en mooie vrouwen in mijn leven zijn geweest. Nee, ik heb niet allemaal met ze geslapen. Maar moet dat dan? Ik denk aan enkelen van hen nog regelmatig met tederheid terug.
Er zijn kerels die beweren dat ze aan die ene vrouw waarmee ze getrouwd zijn of waarmee ze samenwonen genoeg hebben. Die zeggen niet te kunnen begrijpen dat je als man naar andere vrouwen kijkt. Ach, dit is een gevoelig onderwerp. Mannen zeggen zoveel, want ze willen hun vrouwen geen verdriet doen. En ze hebben geen zin in gezeik.
Ik hoop samen met die karrekiet van mij heel oud te worden. Maar als ik hier ga vermelden hoe ondeugend ik kan zijn, zijn de poppen natuurlijk aan het dansen. Bij deze ontken ik daarom alles en zelf dat ontken ik. Ik bedoel, zoek het maar uit.
Celine schreef, ik citeer: “Ik had heel wat kut gehad, en van de allerbeste…ik had het ware licht gezien, dat geef ik toe. Ik had genoten van de oneindigheid met volle teugen” (Dood op krediet). Hier heb ik niets aan toe te voegen of af te dingen.
Laat ik nu zelf tot mijn aangename verrassing gisteren ook een mailtje gekregen hebben van iemand die ik, zoals zij schreef, al eeuwen geleden uit het oog was verloren. Ik zag de foto van haar zoon op facebook. Leuke vent. Ik las haar website en ga hem nog eens lezen, want er staat veel interessante informatie in.
Ik ben een gelukkig mens en het is fijn om te weten dat er mensen zijn die aan mij denken en mij een aardige vent vinden. Bij deze wil ik ze hiervoor bedanken.

woensdag 24 augustus 2011

Ik ben een saai mens.

Ik ben een mens van gewoonten; een heel saai mens. Ruim 35 jaar woon ik samen met dezelfde vrouw, bijna 18 jaar zit ik bij dezelfde werkgever, zo’n 20 jaar woon ik in dezelfde woning en al meer dan 25 jaar ga ik elk jaar naar een plek in Drenthe om er samen met anderen overdag liedjes te zingen, te schilderen, te schrijven, toneel te spelen of te dansen. En om er, als het zo uitkomt,’s nachts de beest uit te hangen.
Nee, dat zeg ik niet goed. Zo ontstaan er misverstanden. Ik ga elk jaar naar een plek in Drenthe om het onbekommerde kind in mij zoveel mogelijk de ruimte te geven zichzelf te zijn. Na een jaar ogenschijnlijk braaf te hebben voldaan aan alle verwachtingen en gehoorzaam in de pas te hebben gelopen mag het kind in mij weer spelen.
Zoals bekend vinden veel kinderen het onderscheid tussen goed en slecht minder belangrijk en verzetten ze zich gemakkelijk tegen geboden en verboden. Al na enkele nachten drinken, blowen en ouwehoeren aan een groot kampvuur geldt dit ook voor mij, werken het ventraal tegmentaal gebied en nucleus accumbens in mijn hersenen op volle toeren en stroomt de dopamine vrijelijk door mijn aderen. Om maar wat te noemen.
In ieder geval heb ik het dan meestal geweldig naar mijn zin. Dat ik bij thuiskomst geen kater heb en het acclimatiseren mij makkelijk af gaat is misschien wel een teken dat de malloot in Drenthe en de malloot in het dagelijkse leven goede vrienden van elkaar zijn. Eerder schreef ik al mezelf te zien als een blijmoedige gek, dus zo vreemd is dit niet.
Ook dit jaar zat ik weer drie weken in de bossen. Samen met honderden anderen, van kleuter tot grijsaard, werden we in allerlei workshops gecoached bij het naar buiten brengen van de kunstenaar in ons zelf.
Zoiets gaat gemakkelijker als er sprake is van enige dissociatie: een geestesgesteldheid waarin bepaalde gedachten, emoties, waarnemingen of herinneringen buiten het bewustzijn worden geplaatst, tijdelijk niet 'oproepbaar' zijn of minder samenhang vertonen (zie Wikipedia).
Een bewustzijnstoestand die te vergelijken is met hypnose en trance.
De bereidwilligheid om zich te laten gaan en mee te werken om zo’n toestand van dissociatie op te wekken was sterk aanwezig. Men moest los zien te komen van zijn alledaagse denken over wat gek en wat normaal is.
Een buitenstaander zou tijdens het bijwonen van zo’n workshop eenvoudig tot de conclusie kunnen komen dat hier een paar ongevaarlijk geestelijk gestoorden bijeen waren gekomen om eens lekker uit hun bol te gaan. Soms was het gekrijs en gegil inderdaad niet van de lucht. Liep men op handen en voeten door de ruimte, klom men over tafels en stoelen heen of rolde men over de grond onder het uitstoten van knorrende geluiden, alsof men een varken was.
Maar alles had een functie en de begeleiders zeiden dat het goed was. Maar dat zei God ook nadat hij de mens geschapen had en oh, oh, wat heeft Hij zich vergist.
In ieder geval mag ik hier zelf graag aan meedoen. Met zulke enthousiaste deskundige begeleiders en zoveel lieve mensen om je heen ontstaat al snel een sfeer van veiligheid en vertrouwen.
Wil je me geloven dat ik een geweldige tijd heb gehad? Dat ik weer geïnspireerd ben om veel te gaan schrijven, zingen en gitaar te spelen? En dat mijn hart gebroken is en mijn ballen nog gloeien van de vele momenten dat ik verliefd geworden ben? Saai, toch?