Een gepensioneerde vriend van mij, die mijn verhaaltje
gelezen had, wees mij er op dat het juist andersom is. Dat je kippen fokt en
groenten verbouwt. “Je kunt kippen ook fucken”, sprak mijn vriend die vrijgezel
is, “maar ik denk niet dat je dat bedoelt”.
Ik bedankte hem voor de goede raad. Ik weet van hem dat hij
zelf wel eens een kip fuckt, maar dat is uit mededogen. De arme beesten moeten
het namelijk stellen zonder een haan, want deze bleek op zekere dag verdwenen
te zijn. Mogelijk heeft het arme dier zijn leven afgesloten met een bezoekje
aan de poelier. Toen hij me dit vertelde moest ik denken aan het liedje van de
haan en de hen van Cornelis Vreeswijk. Daarin komt het volgende couplet voor:
Geef ons toch een haan
met ‘dat’
Die we hebben zijn we
zat
Hij is lui en heel
onwillig
Impotent en
onverschillig
Geef ons toch een
nieuwe haan zeg
Zo is het toch niets
gedaan zeg
Wij zijn treurig, tok
tok tok
Het gaat niet best bij
ons in het hok
Ja, treurig zullen de kippetjes van mijn vriend ook wel zijn
nu zij hun minnaar hebben verloren. Ik kan me ook niet voorstellen dat deze
leegte door een eenzame oude vrijgezel kan worden opgevuld.
Zo’n ren met kippen zorgt overigens wel voor veel
geluidsoverlast. Al dat gekakel en getok.
Ook in de klas zitten soms van die kleine groepjes meiden
die net zo onrustig zijn als kippetjes die een eitje moeten leggen. En maar
kakelen, en maar onrustig heen en weer schuiven op die stoelen.
Ze vermanen en ze netjes vragen om stil te zijn helpt
meestal niet. Pas als je er een het kippenhok uitstuurt worden de anderen heel
braaf. Schijters, denk ik dan. Wat is er immers fijner dan even verlost te
zijn van zo’n alsmaar doorrazende docent die je allerlei dingen vertelt waarin
je toch niet geïnteresseerd bent. Is dan weggestuurd worden uit de klas niet
een cadeautje? Even lekker in de kantine zitten of, als het weer er naar is,
buiten in het zonnetje. Hoe is het toch mogelijk, vraag ik me dan af, als ik de
dametjes zo timide naar me zie kijken nadat ze is duidelijk gemaakt wie er de
haan in het kippenhok is, dat er een tijd in mijn leven geweest is dat ik me
door al die lieve kopjes liet intimideren? Want al zie ik dit nu volledig
anders, als jongen voelde ik me vaak niet zo op m’n gemak in het gezelschap van die
bijdehante meiden. En ik weet dat ik dat niet alleen had. De meeste jongens die
kende hadden er last van.
Ja, de ouderdom zet alles in een ander perspectief. Je ziet
dat je je onnozele zelf steeds verder achter je laat, al zal hij nooit helemaal
uit je gezichtsveld verdwijnen. Mensen zijn immers makers van hun eigen
werkelijkheid. Je ziet de wereld zoals je hem wil zien en misschien maar het
beste kunt zien. De azijnpissers natuurlijk daargelaten. En wat betreft het maken van je eigen werkelijkheid; zou het
soms kunnen zijn dat ik straks kippen wil gaan fokken omdat ik het gekakel van
de hennetjes in de klas erg zal missen? Of doe ik het alleen voor de verse
eieren?