woensdag 24 oktober 2012

Kipkluifje.

Het was spitsuur. De trein was zoals altijd keurig op tijd.
Helaas waren alle zitplaatsen zo te zien bezet. 
Ik had me er net bij neergelegd dat ik het laatste stukje naar huis zou moeten blijven staan toen ik haar zag. Een struise donkere jonge dame uit  de Caraïben. Haar brede onderbouw nam bijna  de hele bank in beslag, maar omdat ik moe was besloot ik om toch naast haar te gaan zitten. Het was tenslotte voor hooguit een kwartiertje.
Ik perste me tussen de armleuning en haar kolossale lijf in en toen ze verstoord naar me keek en  de verontschuldigende blik in mijn ogen zag, schonk ze me als een gebaar van vergevingsgezindheid een grandioos mooie glimlach.
“Ik neem niet veel ruimte in”, lichtte ik de reden van mijn opdringerigheid aan haar toe.  “Bovendien ben ik moe.”
“Geeft niet, hoor.  Ik neem wel veel ruimte in.” En ze ging verder met het eten van de kipkluifjes uit de grote kartonnen beker  van KFC  op haar schoot.
De kruidige geur was me al opgevallen toen ik de coupé binnen stapte. Nu wist ik ook waar hij vandaan kwam.

De dame in kwestie leek me net aan haar schranspartij begonnen te zijn, want de beker was nog bijna vol. In de verder stille ruimte klonk het alsof er een koe aan het herkauwen was.
Het nagenoeg monotone kauwgeluid werd slechts onderbroken door  het gesmek en gesmak als zij aan een nieuw kluifje begon.
De mensen tegenover ons, een man in kantoorpak die een krantje las en een meisje dat naar het schermpje van haar Iphone zat te staren, deden alsof ze niets hoorden.
En ook alsof ze het komische tableau van de kleine benauwd kijkende man en de grote schransende vrouw voor zich niet gezien hadden.
Mijn armen zaten stevig tegen mijn lijf gedrukt en ik kon daarom het boek dat ik in mijn tas had en waarin ik mij had willen terugtrekken niet pakken. Er restte mij niets dan gelaten voor me uit te staren en te luisteren naar het geluid van de schranspartij.
Opeens viel er een stilte. Ik keek schuin omhoog, recht in de ogen van de jonge dame. Met haar rechterhand hield ze een kluifje omhoog. Heel even dacht ik dat ze hem aan mij wilde geven en ik bedacht hoe ik op een nette manier haar hiervoor zou bedanken.
Maar nee, mocht ze met de gedachte hebben gespeeld mij een kluifje te geven, dan was ze al snel van mening veranderd. En ook dit kluifje verdween tussen haar blinkend witte tanden.
Reken maar dat ik mij opgelucht voelde toen we even later Station Schiedam Centrum, waar ik uit moest stappen, binnen reden,  
Dat de kip, die ik thuis bij de avondmaaltijd kreeg, mij niet zo lekker smaakte als anders zal niemand die dit stukje gelezen heeft mij waarschijnlijk kwalijk nemen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten