Als loonslaaf zit ik aan zo’n lange ketting, dat ik niet eens weet dat ik vast zit. Verder staat er sinds kort in mijn functieomschrijving ter compensatie van de uitblijvende loonsverhoging niet meer dat ik een docent ben maar onderwijsspecialist. Ik weet niet eens wat dat inhoudt, maar ik vermoed dat ik straks nog harder moet werken.
Gelukkig hoef ik vanaf nu ruim vijftig dagen mijn kunstjes niet meer te laten zien en ben ik de komende tijd vrij om mijn dag in te delen naar de eisen van mijn vrouw. De ketting zal wel een flink stuk worden ingekort.
Mensen die maar de minste mensenkennis hebben weten hoe bescheiden ik ben en dat er achter die grote mond een verlegen mannetje verborgen gaat. Mits anderen zorgen voor een geschikte partituur ben ik in mijn leven altijd bereid geweest om de tweede viool te spelen, pantoffels aan te doen en ouden van dagen, ook als zij zich hiertegen verzetten, te begeleiden naar de overkant van de straat.
Juist daarom heb ik er zo’n moeite mee dat de organisatie waarvoor ik werk zo’n slecht personeelsbeleid heeft.
Tot zover een stukje uit de brief van mijn broer Tom, die net als ik bij een grote onderwijsorganisatie werkt. Morgen gaat hij samen met zijn vrouw naar Amerika, want zij heeft daar familie zitten.
Tom en ik zijn dikke maatjes met elkaar. Misschien wel omdat we zo anders zijn.
Hij is ruim één tachtig; ik ruim één zestig. Hij is bescheiden en filosofisch. Ik heb een hekel aan bescheidenheid. Als je niet voor jezelf op komt, wie doet het dan? En filosofisch ben ik al helemaal niet.
Tom schreef mij de brief omdat hij behoefte had om zijn hart uit te storten. Hij heeft veel last van de organisatieveranderingen waar hij mee te maken heeft en moppert over de onbekwaamheid van het management om orde te scheppen in de chaos die zij zelf hebben veroorzaakt.
Vandaag nog tijdens een barbecue hoorde hij van een collega dat zij die ochtend te horen had gekregen dat zij volgend jaar zou beginnen als een docente zonder taken. In gewoon Nederlands: er was geen werk voor haar. Zij voelde zich genaaid en omdat zij hierom niet had gevraagd zou je van een verkrachting kunnen spreken.
Eerder in de week had Tom mij al verteld dat een geliefde collega van hem na de vakantie niet meer terug hoefde te komen. Allemaal in verband met de bezuinigingen.
Een andere collega van een afdeling die net was opgedoekt gaat hem vervangen, maar zij heeft er ook niet om gevraagd om straks weer voor de klas te staan. Fijn voor haar, fijn voor het team en fijn voor haar leerlingen.
In de brief stonden nog veel andere zaken waarover ik mij verbaas. Tom heeft altijd beweerd dat hij een fantastische baan had, maar dit is de eerste keer dat ik hem zo hoor klagen over zijn leidinggevenden. Arme jongen, want hij houdt van het onderwijs. Maar net als zoveel anderen brandt hij helemaal af op de goede bedoelingen van het management en de ongewenste uitkomsten hiervan.
Gelukkig is het bij mij anders. Ik heb alleen maar bekwame en gemotiveerde mensen om mij heen.
Het management is het puikje van de zalm en werkt zich een slag in de rondte om het iedereen naar de zin te maken. En met succes.
Onze leerlingen zijn erg tevreden over het onderwijs dat ze krijgen en als je hen soms vraag of ze misschien klachten hebben kijken ze je verbaasd aan, alsof ze denken dat je hen in de maling neemt.
Logisch, want zij weten dat de veranderingen die wij nu doorvoeren in hun eigen belang zijn en dat zij voor ons op de eerste plaats komen.
Ik benijd Tom niet. Omdat ik zelf een pragmatisch persoon ben is mijn uitgangspunt dat als het niet kan zoals het moet, het maar moet zoals het kan. Maar hij is daarentegen idealistisch en wordt er soms letterlijk niet goed van dat zijn collega’s en zijn leerlingen zoveel last hebben van die grote ego’s die er maar niet mee ophouden om de boel te verstieren.
Ik bof dat iedereen bij ons de belangen van de organisatie op de eerste plaats stelt en niet van zichzelf.
Ook ik heb vandaag een barbecue gehad. Lekker eten en reuze gezellig. Gisteren een diplomering, waarbij de leerlingen een met helium gevulde ballon mochten oplaten waaraan een door hen zelf bedachte tekst was bevestigd. Over de schouders van één van hen las ik “Een geweldige tijd gehad. Moge alle docenten maar net zo gelukkig worden als ik mij nu voel”. Dat geeft toch wel aan dat iedereen het goed doet bij ons.
Ik heb nu zeven weken vrij. Als ik terug kom verwacht ik dat de school er gewoon nog staat. Maar het zou mij niet verbazen als die van mijn broer tot de grond toe was afgebrand.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten