woensdag 22 juni 2011

Ritueel slachten

De man met de fonkelende bruine ogen kijkt me doordringend aan. Ik voel me niet op mijn gemak, want ik heb hem net gezegd dat ik ritueel slachten als uiting van een religie niet meer in deze tijd vind passen. En dat ik de heisa die er ontstaan is, nu er een verbod dreigt op ritueel slachten, niet goed begrijp. Het argument dat de godsdienstvrijheid hiermee bedreigd wordt wuif ik weg als onzin.
Wereldwijd zijn er miljoenen die hun geloof belijden zonder anderen leed aan te doen. Mens noch dier hebben van hen last. Maar altijd weer zijn het de fundamentalisten uit elke religieuze beweging die meer vertrouwen op de interpretatie van hun leidsmannen (Altijd weer mannen. Vrouwen worden, met een beroep op de geschriften, overgeslagen.) dan op hun eigen verstand.
Hij is zeker een kop groter dan ik. En hoewel hij vermoedelijk nog niet zo oud is, maakt de grote grijze baard die hij draagt hem een flink stuk ouder. Zijn geloof zal hem er niet van weerhouden om mij een optater te geven. Zijn God zal hem niet tegen houden. Er is zelfs een grote kans dat Hij (Waar ‘Hij’ staat kan ook ‘Zij’ worden gelezen) hem zal aanmoedigen, want het in elkaar tremmen van een ongelovige kun je natuurlijk niet als een zonde zien.
Het lijkt me daarom beter om van onderwerp te veranderen.
“Kan ik je wat aanbieden om het weer goed te maken?”, vraag ik hem. Hij grijnst. Kijk, zo ziet hij er weer vriendelijk en normaal uit. “Doe maar een duveltje”, zegt hij dan.
Ik wend me tot de kastelein. “Een duveltje voor deze meneer en doe mij maar een Hoegaarden.”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten