maandag 4 april 2011

Marathon

De woerd schiet pijlsnel op de geelgroene fluim af die ik net van de brug in het water heb gespuugd. Het lekkere hapje valt hem tegen en hij laat het net zo snel weer los als hij het te pakken had.
Gatver, van Geenen. Kun je die vieze klodders niet net als iedereen gewoon op de keien laten spetteren, moet dat beest hebben gedacht.
Al ruim een week neem ik rochelend, snuivend en hoestend samen met duizenden andere Nederlanders afscheid van de winter. Maar het ergste heb ik volgens mij nu wel gehad.
Het weerhoudt me er niet van om door te gaan met mijn voorbereiding op de marathon in Leiden, die ik daar op 15 mei voor de tweede keer hoop te lopen.
Mijn conditie is slecht. Na drie uur rennen heb ik gisteren de nog resterende kilometertjes naar huis afgelegd met het OV. Mijn blessure uit december speelde op en de rest van de dag bewoog ik mij voort als de oude man die ik inmiddels al weer een tijdje ben. Al recupereer ik wel snel, want al voelde ik mij vanmorgen nog stram en stijf, daar heb ik nu geen last meer van.
Zondag gaat het los in Rotterdam. Ik zal er niet bij zijn. Hooguit om de lopers aan te moedigen.
Wat bezielt een mens eigenlijk om 42 kilometer en 195 meter achter elkaar te rennen?
Dat is niet gemakkelijk uit te leggen aan mensen die zelf niet hardlopen.
Het begint er natuurlijk mee dat je al een tijd voor je lol rent en dat je je grenzen wilt verleggen. Bij mij heeft het jaren geduurd voordat ik het zelfs maar durfde te overwegen om aan de marathon mee te doen. Eerst een paar keer 10 kilometer. En toen een paar keer de halve marathon. Pas in 1993 durfde ik het grote werk aan. Inmiddels wordt het nu mijn achtste.
Bij een marathon zijn voor een hobby-loper de eerste twintig tot vijfentwintig kilometer gewoon leuk. Dat zijn stukjes die je wel vaker loopt als voorbereiding op het grote werk. Maar hierna komt onvermijdelijk de man met de hamer. Niet altijd even meedogenloos, maar wel met pijn. Soms veel pijn. En als ik ergens een hekel aan heb…Juist. En door die pijn moet je heen. Want afhaken is geen optie.
Na al die jaren weet ik dat ik een goede keuze heb gemaakt.
Zeker, ik ben een flutloper. Alleen op de tien kilometer heb ik een redelijke snelheid. Afstanden boven de vijfentwintig kilometer loop ik op karakter. Ik verbijt mijn pijn en ga door met een blik op oneindig en mijn verstand op nul. En ik heb ontdekt dat dit bij mij hoort in het leven. Weten wanneer het nodig is om je verstand uit te schakelen en dan gewoon door te gaan.
En dan natuurlijk het gevoel van triomf als je over de finish gaat. Als je jezelf weer hebt overwonnen. Want ik denk dat dit de kern is, namelijk zelfoverwinning. Chapeau voor alle hardlopers.
In alle bescheidenheid (je kent me): petje af voor mezelf.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten