Gisteravond eindelijk weer eens op bezoek geweest bij professor Manie en zijn vrouw Depri. Het was als vanouds gezellig. Zij gevoelig en kwetsbaar uitgestrekt op de zwarte bank, herstellende van een lange ziekteperiode maar nog steeds niet helemaal opgeknapt. Hij in zijn laboratorium, experimenterend met tal van exotische geluiden en het ontleden en opnieuw vorm geven aan enkele sculpturen, die hij reeds eerder had gemaakt, maar waarover hij nog niet helemaal tevreden was.
Het ruimteschip waarin wij ons bevonden vloog op lichtsnelheid door de jaren zeventig.
De wanden er van waren gecapitonneerd met flakkerende displays, romige schilderijen, glanzende snaarinstrumenten, geraffineerde toetsenborden, doorgeschoven schuifknoppen en ondoorgrondelijke mengpanelen. Wierook en geuren van wiet vulden de ruimten.
Professor Manie, die voor deze gelegenheid een glimmende zwarte carbon fiber motorhelm droeg, toonde mij een paar grote ogen die hij op sterk water had staan in een klein jampotje. “Gekregen van het oogheelkundig lab. Daar stonden ze in het depot zielig voor zich uit te staren. Ze zijn van een zelfmoordenaar geweest die het niet meer zag zitten.” Hij grijnsde en viste met een theelepeltje een oog uit het potje. “Steek je hand eens uit”, sprak hij gebiedend.
Ik stak mijn rechterhand naar voren en hij legde het oog in de palm. “Nu heb jij het derde oog”, grinnikte hij. Het oog staarde mij koud en leeg aan. Echt het oog van een zelfmoordenaar.
Professor Manie, die behalve om zijn deskundigheid ook bekend staat om zijn creatieve en speelse geest, pakte een rode ballon uit zijn zak. Ik moest hem het oog terug geven, dat hij voorzichtig met het hoornvlies naar voren en de oogzenuw naar achteren in de hals van de ballon plaatste. Toen blies hij langzaam de ballon op, er voor zorgend dat het oog op zijn plaats bleef en de lucht er langs heen liep. “Voilà!” Wat ik voor een ballon had aangezien bleek een condoom te zijn, dat mij nu met een groot glanzend bloeddoorlopen oog aanstaarde.
Het andere oog werd in de opening van een tweede condoom gestopt. Een oud Afrikaans masker, dat gedeeltelijk schuil ging achter een zwart rubberen gasmasker en waar uit de mond een vurig rode tong stak, werd door de professor van de muur gehaald.
Hij liet de condooms een beetje leeg lopen en stak toen de ogen via de achterkant door het masker, dat er nu opeens erg levendig, maar nog griezeliger uit zag dan voorheen.
“Dit had de vorige eigenaar nooit kunnen dromen”, zei de professor wijzend op de ogen die het masker tot leven hadden gebracht. “Aliquando et insanire iucundum est”, zei hij lachend.
Waarin ik hem gelijk gaf, al had ik geen idee wat hij zei, daar ik immers het Latijn niet machtig ben.
Terwijl de professor verder ging met zijn experimenten verpoosde ik enige tijd in het aangename gezelschap van Depri, die mij verhaalde van haar niet aflatende kwalen.
Zij was mogelijk besmet geraakt met de ESBL-bacterie, waardoor de antibioticakuurtjes die zij had gekregen van haar arts bij haar niet aansloegen. Een trieste geschiedenis.
Ik kreeg echter niet de kans om mijn medeleven te tonen, want de professor riep mij bij zich.
Ik kreeg een gitaar in mijn handen geduwd en hij verzocht mij om hem na te spelen. Na enkele verwoede pogingen gaf ik het op. “Speel dan de toonladder maar in C”, gebood hij mij. Nadat hij me had voor gedaan hoe dit moest, was het mijn beurt. En toen ik eenmaal in een goed strak ritme zat gooide Manie er de ene na de andere riff virtuoos over heen. Zo klonk het resultaat als het blèrend kind van een autist en psychoticus. Niet onverdienstelijk dus.
Ik mag niet vergeten te vertellen dat de professor eerder op de avond gezorgd had voor een voortreffelijke maaltijd met oesters en champagne. Iets waar hij zijn gasten wel vaker op trakteert.
Zelf houdt hij niet zo van oesters en van zijn geloof mag hij geen alcohol hebben. Maar als hij anderen er een plezier mee kan doen is hij beslist niet kleinzielig en komt er een mandje met huîtres de Belon op tafel met een lekkere Vicomte de Moulliac.
Het was een gezellige avond en met het huiswerk op zak dat de prof mij opgaf (toonladder in Am oefenen, elke dag een uurtje) spraken wij af om over een maandje de draad weer op te pakken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten