“Jazeker”, antwoordde ik. “Ben je nog bij haar langs geweest?”
Theo grijnsde. “Zeker, ik kom mijn beloftes altijd na. Zodra ik kon ben ik naar haar toe gegaan om haar te vertellen dat het nooit mijn bedoeling was geweest om haar tot weduwe te maken. Ik bedoel, toen ik destijds haar man, ja hoe zal ik het zeggen, toen ik haar man dus een pak slaag gaf, had hij dat wel verdiend. Hoe kon ik weten dat hij een hartprobleem had? Ik wilde hem alleen duidelijk maken dat hij zijn verplichtingen na moest komen. En als hij dat niet deed dat hij daar een prijs voor zou moeten betalen.”
Ik herhaalde wat ik hem eerder al had verteld: “Ik weet dat je hem alleen maar wat fatsoen wilde bijbrengen. Daar hebben we het destijds vaak met elkaar over gehad.”
“Kijk, jij bent slimmer dan ik. Maar ik ben sterker”, ging Theo verder alsof hij me niet gehoord had. “Iedereen moet blij zijn met de talenten die hij van God heeft meegekregen. Toch? Dat is niet voor niets. Anders had je ze net zo goed niet kunnen hebben.”
Hij keek mij aan alsof hij tegenspraak van mij verwachtte.
“Je hebt helemaal gelijk Theo”, zei ik. “Als je niks met je talenten doet had je ze net zo goed niet kunnen hebben. We hebben het daar uitgebreid met elkaar over gehad. Jij had helemaal niet de bedoeling om die man dood te slaan. Hij had gewoon moeten betalen. Dat wist hij van tevoren.”
“Juist, het was gewoon pech. Niet dat ik het niet erg vond. Ik heb het er ook moeilijk mee gehad. Zeker toen ik hoorde dat hij nog een vrouw had. Maar ik heb je gezegd dat ik naar haar toe zou gaan om haar mijn verontschuldiging en mijn diensten aan te bieden.”
“Theo, ik heb er geen moment aan getwijfeld dat je dat zou doen. Ik weet dat voor jou eer heel belangrijk is en ik heb je altijd een man van eer gevonden. Dat weet je.”
“Ik herinner het mij goed Herman. Ik weet dat je me nooit hebt veroordeeld. Je hebt mij destijds erg geholpen door het allemaal te leren zien als pure pech. Maar goed, ik zal je iets vertellen….”
Theo lachte alsof hij op het punt stond om mij een goede mop te vertellen.
“Weet je, toen ik vrij kwam ben ik gelijk naar haar toe gegaan. Het bleek een prachtige vrouw te zijn. Wat zeg ik? Ze was bloedmooi. Ik wist niet wat ik zag. Ze was helemaal niet boos op me. Ze zei dat ik mijn werk gewoon had gedaan en dat het een ongeluk was geweest. Ik vond haar heel begripvol. Ik heb haar wat geholpen met wat geldzaken en weet je wat er gebeurde?”
Hij keek ondeugend. Ik haalde mijn schouders op. Geen idee.
“We werden verliefd op elkaar. Stom, hè? We werden steeds intiemer, gingen uit eten met elkaar en opeens vroeg ik haar zomaar ten huwelijk. Natuurlijk niet zomaar. Ik had er wel over nagedacht, maar ik had van mezelf niet verwacht dat ik dat zou doen. Het was natuurlijk wel een vreemde situatie.”
Hij pakte zijn portemonnee. Er zat een foto in van een vrouw met een kind op schoot.
Toen ik de foto zag schoot het bloed naar mijn hoofd. Dit kon niet waar zijn. Zij?
Wat ik nog niet verteld had was dat ik als vrijgezel zo af en toe naar een nachtclub ga. Ik mag dan wel niet veel waarde hechten aan spulletjes, maar ik spendeer maandelijks een flink bedrag aan mooie vrouwen. Voor nog geen € 100,- heb ik vaak een geweldige tijd. Ik herkende de vrouw van Theo onmiddellijk als iemand die ik vier maanden geleden nog gezien had in een gerenommeerde seksclub in leiden. Ik was drie keer naar de club geweest en zij was er altijd. Mooi en lief. Eerlijk gezegd was ik van plan geweest om vanavond weer te gaan, maar door de kou en de sneeuw was ik van gedachte veranderd. En zij was de vrouw van Theo?
“Mooie vrouw,” zei ik. “Doet zij ook nog wat voor de kost?”
“Ze werkt in een bar,” antwoordde Theo. “Ergens in Leiden. ’s Avonds gaan we vaak tegelijk de deur uit. Ik naar mijn nachtclub en zij naar haar bar. We hebben allebei een auto, dus dat is geen probleem.”
Ik luisterde maar met een half oor en probeerde mij het bizarre van de situatie voor te stellen. Hier zat ik met een oude gabber uit de bajes, die getrouwd was met de vrouw van de man die hij per ongeluk had dood geslagen. En ik ging met zijn vrouw plat zonder dat ik wist dat hij haar man was en hij wist niet dat zijn vrouw in een seksclub werkte en niet in een bar.
Zoals ik Theo kende had ze tot nu toe geluk gehad. Als hij hier achter kwam dan zou hij haar misschien de hersens in slaan. Maar het was natuurlijk ook niet goed dat hij niet wist dat zijn vrouw de hoer uit hing. Deed ze dit misschien uit wraak? Had ze dit altijd gedaan?
Moest ik Theo vertellen wat ik wist? Moest ik mijn mond houden? Ik wist het niet en eerlijk gezegd weet ik het nog niet. Wat moest ik doen?
In ieder geval besloot ik ter plekke dat ik haar niet meer zou bezoeken in Leiden.
“Wat vind je van haar?” vroeg Theo. “Mooie vrouw”, zei ik naar waarheid.
“Je zou eens bij ons moeten komen eten”, vervolgde hij. “Ze kan goed koken.”
Hij boog zich naar mij toe. “Ik weet niet wat ze in het eten doet. Maar als ze weer eens zo lekker heeft gekookt wil ik maar één ding.”
Hij keek me veelbetekenend aan. “Begrijp je?” Ik knikte. Waarom moest ik nu opeens aan mijn geld in Zwitserland denken. Aan een leven hier ver weg vandaan?
Het was goed om Theo weer eens te zien. En te weten dat hij zo gelukkig was. Maar voor mij werd het nu toch wel tijd om mijn plannen om eens een grote reis te maken om te zetten in daden. Zodat ook ik een lang en gelukkig leven zou hebben.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten