donderdag 30 juni 2011

Toedeloe.

Als loonslaaf zit ik aan zo’n lange ketting, dat ik niet eens weet dat ik vast zit. Verder staat er sinds kort in mijn functieomschrijving ter compensatie van de uitblijvende loonsverhoging niet meer dat ik een docent ben maar onderwijsspecialist. Ik weet niet eens wat dat inhoudt, maar ik vermoed dat ik straks nog harder moet werken.
Gelukkig hoef ik vanaf nu ruim vijftig dagen mijn kunstjes niet meer te laten zien en ben ik de komende tijd vrij om mijn dag in te delen naar de eisen van mijn vrouw. De ketting zal wel een flink stuk worden ingekort.
Mensen die maar de minste mensenkennis hebben weten hoe bescheiden ik ben en dat er achter die grote mond een verlegen mannetje verborgen gaat. Mits anderen zorgen voor een geschikte partituur ben ik in mijn leven altijd bereid geweest om de tweede viool te spelen, pantoffels aan te doen en ouden van dagen, ook als zij zich hiertegen verzetten, te begeleiden naar de overkant van de straat.
Juist daarom heb ik er zo’n moeite mee dat de organisatie waarvoor ik werk zo’n slecht personeelsbeleid heeft.


Tot zover een stukje uit de brief van mijn broer Tom, die net als ik bij een grote onderwijsorganisatie werkt. Morgen gaat hij samen met zijn vrouw naar Amerika, want zij heeft daar familie zitten.
Tom en ik zijn dikke maatjes met elkaar. Misschien wel omdat we zo anders zijn.
Hij is ruim één tachtig; ik ruim één zestig. Hij is bescheiden en filosofisch. Ik heb een hekel aan bescheidenheid. Als je niet voor jezelf op komt, wie doet het dan? En filosofisch ben ik al helemaal niet.
Tom schreef mij de brief omdat hij behoefte had om zijn hart uit te storten. Hij heeft veel last van de organisatieveranderingen waar hij mee te maken heeft en moppert over de onbekwaamheid van het management om orde te scheppen in de chaos die zij zelf hebben veroorzaakt.
Vandaag nog tijdens een barbecue hoorde hij van een collega dat zij die ochtend te horen had gekregen dat zij volgend jaar zou beginnen als een docente zonder taken. In gewoon Nederlands: er was geen werk voor haar. Zij voelde zich genaaid en omdat zij hierom niet had gevraagd zou je van een verkrachting kunnen spreken.
Eerder in de week had Tom mij al verteld dat een geliefde collega van hem na de vakantie niet meer terug hoefde te komen. Allemaal in verband met de bezuinigingen.
Een andere collega van een afdeling die net was opgedoekt gaat hem vervangen, maar zij heeft er ook niet om gevraagd om straks weer voor de klas te staan. Fijn voor haar, fijn voor het team en fijn voor haar leerlingen.
In de brief stonden nog veel andere zaken waarover ik mij verbaas. Tom heeft altijd beweerd dat hij een fantastische baan had, maar dit is de eerste keer dat ik hem zo hoor klagen over zijn leidinggevenden. Arme jongen, want hij houdt van het onderwijs. Maar net als zoveel anderen brandt hij helemaal af op de goede bedoelingen van het management en de ongewenste uitkomsten hiervan.
Gelukkig is het bij mij anders. Ik heb alleen maar bekwame en gemotiveerde mensen om mij heen.
Het management is het puikje van de zalm en werkt zich een slag in de rondte om het iedereen naar de zin te maken. En met succes.
Onze leerlingen zijn erg tevreden over het onderwijs dat ze krijgen en als je hen soms vraag of ze misschien klachten hebben kijken ze je verbaasd aan, alsof ze denken dat je hen in de maling neemt.
Logisch, want zij weten dat de veranderingen die wij nu doorvoeren in hun eigen belang zijn en dat zij voor ons op de eerste plaats komen.
Ik benijd Tom niet. Omdat ik zelf een pragmatisch persoon ben is mijn uitgangspunt dat als het niet kan zoals het moet, het maar moet zoals het kan. Maar hij is daarentegen idealistisch en wordt er soms letterlijk niet goed van dat zijn collega’s en zijn leerlingen zoveel last hebben van die grote ego’s die er maar niet mee ophouden om de boel te verstieren.
Ik bof dat iedereen bij ons de belangen van de organisatie op de eerste plaats stelt en niet van zichzelf.
Ook ik heb vandaag een barbecue gehad. Lekker eten en reuze gezellig. Gisteren een diplomering, waarbij de leerlingen een met helium gevulde ballon mochten oplaten waaraan een door hen zelf bedachte tekst was bevestigd. Over de schouders van één van hen las ik “Een geweldige tijd gehad. Moge alle docenten maar net zo gelukkig worden als ik mij nu voel”. Dat geeft toch wel aan dat iedereen het goed doet bij ons.
Ik heb nu zeven weken vrij. Als ik terug kom verwacht ik dat de school er gewoon nog staat. Maar het zou mij niet verbazen als die van mijn broer tot de grond toe was afgebrand.

donderdag 23 juni 2011

Wild, Wilder, Wilders...

Uit de NRC van 23 juni:
De uitspraken van PVV-leider Geert Wilders waren volgens de rechtbank Amsterdam weliswaar “grof en denigrerend”, maar niet strafbaar. Voor- en tegenstanders van de politicus zijn opgelucht over de vrijspraak vanochtend, maar voor de aangevers is het zuur. “Wat is het volgende dat we naar ons hoofd geslingerd krijgen?”

Ach, inmiddels is het wel duidelijk dat onze Geert het misschien allemaal zo kwaad wel bedoelt, maar dat er in de samenleving op dit moment onvoldoende draagvlak is voor zijn fundamentalistische opvattingen over de Islam. Zelf denk ik dat de secularisatie (hier: het proces waardoor het maatschappelijk leven zich gescheiden ontwikkelt van de Kerk en het geloof; in dit geval Moskee en het geloof) de komende jaren gewoon doorzet. Iedereen zijn privé-religie en mensen zoals ik zonder, wat me overigens prima bevalt en ik iedereen kan aanraden.
Om in navolging van de uitspraak van de rechtbank de 'zaak' Wilders gepast af te sluiten mag ik de verdwaalde lezer met genoegen het volgende filmpje aanbieden.

woensdag 22 juni 2011

Ritueel slachten

De man met de fonkelende bruine ogen kijkt me doordringend aan. Ik voel me niet op mijn gemak, want ik heb hem net gezegd dat ik ritueel slachten als uiting van een religie niet meer in deze tijd vind passen. En dat ik de heisa die er ontstaan is, nu er een verbod dreigt op ritueel slachten, niet goed begrijp. Het argument dat de godsdienstvrijheid hiermee bedreigd wordt wuif ik weg als onzin.
Wereldwijd zijn er miljoenen die hun geloof belijden zonder anderen leed aan te doen. Mens noch dier hebben van hen last. Maar altijd weer zijn het de fundamentalisten uit elke religieuze beweging die meer vertrouwen op de interpretatie van hun leidsmannen (Altijd weer mannen. Vrouwen worden, met een beroep op de geschriften, overgeslagen.) dan op hun eigen verstand.
Hij is zeker een kop groter dan ik. En hoewel hij vermoedelijk nog niet zo oud is, maakt de grote grijze baard die hij draagt hem een flink stuk ouder. Zijn geloof zal hem er niet van weerhouden om mij een optater te geven. Zijn God zal hem niet tegen houden. Er is zelfs een grote kans dat Hij (Waar ‘Hij’ staat kan ook ‘Zij’ worden gelezen) hem zal aanmoedigen, want het in elkaar tremmen van een ongelovige kun je natuurlijk niet als een zonde zien.
Het lijkt me daarom beter om van onderwerp te veranderen.
“Kan ik je wat aanbieden om het weer goed te maken?”, vraag ik hem. Hij grijnst. Kijk, zo ziet hij er weer vriendelijk en normaal uit. “Doe maar een duveltje”, zegt hij dan.
Ik wend me tot de kastelein. “Een duveltje voor deze meneer en doe mij maar een Hoegaarden.”

zondag 12 juni 2011

En zijn naam is Teim.

Precies vijf dagen nadat Mirte was uitgerekend werd Teim op tien juni 2011 ‘s morgens even tegen achten geboren. Er werden tien vingertjes en tien teentjes geteld. Ook de rest voldeed aan alle eisen en zat op de juiste plaats.
Onkundig van dit alles ging ik aan het eind van de ochtend naar den Haag. Ik kocht bij mijn favoriete coffeeshop drie grammetjes bubblegum en deed die net in mijn rugzak toen de telefoon ging. Eerst had ik niet eens door dat ik werd gebeld, want ik heb hem altijd uit staan. Het was Paula, die mij er mee feliciteerde dat ik opa was geworden.
Nog geen twee uur later waren we onderweg naar mijn dochter en haar vriend Ruben in den Bilt.
Daar wonen ze samen met vierentwintig anderen in een statig landhuis op het landgoed Sandwijck.
Mijn dochter Eva kwam ons tegemoet. Ze vertelde dat het een zware bevalling was geweest maar dat moeder en kind het goed maakten. In dat soort gevallen is het minder belangrijk hoe de vader zich voelt en over Ruben werd dus niets gezegd. Toen we die even later stralend op ons af zagen komen in de serre, waar we zaten te wachten tot Mirte ons kon ontvangen, was het duidelijk dat het met vader ook goed ging.
Nu zou ik natuurlijk iets moeten vertellen over hoe lief de baby oogde en hoe moe Mirte er uit zag. Zij was immers al meer dan dertig uur wakker. Maar ik laat dit achterwege, want op dat moment drong toch niet helemaal tot mij door wat er gebeurde. Een kwartier later waren we al weer op weg naar huis.
Vandaag zijn we weer gegaan en nu konden we wat langer blijven. Mirte was weer wat opgeknapt. En de baby zag er nog steeds lief uit.
Sinds de geboorte van Teim zie ik overal vaders en grootvaders achter kinderwagens lopen.
Eén van de buren die ik gisteren op een rommelmarkt tegen kwam vertelde mij dat hij drie maanden geleden grootvader geworden was. Aanvankelijk zei het hem niet veel, maar inmiddels is hij razend enthousiast en heeft hij zijn modeltreintjes van Fleischmann weer van zolder gehaald. Hij is begonnen aan het maken van een spoorwegemplacement en heeft er, naast het kijken naar de tv, straks weer een nieuwe hobby bij.Ja,kleinkinderen verrijken je leven.