zaterdag 31 augustus 2013

Het nieuwe schooljaar.

Wat doet een docent nu de grote vakantie er op zit en het nieuwe schooljaar na het weekend begint? Ik zou eerlijk gezegd niet weten hoe mijn collega’s dit doen, maar zo bereid ik mij in ieder geval voor op het nieuwe schooljaar.
Vrijdags begin ik diep te zuchten en zeg met klagerige stem: “Ik zal nu toch echt eens moeten kijken welke lessen ik straks moet gaan verzorgen. Tjonge, die zeven weken zijn omgevlogen”.
Meer dan een maand geleden heb ik mijn plan van inzet (PVI) toegestuurd gekregen van Wim en dat heb ik vluchtig even door genomen. Ik neem me voor om het nog eens goed door te nemen dit weekend.
Na nog wat gezucht en gepiep zeg ik tegen Paula dat ik nu geen zin heb om aan school te denken en dat ik naar het filmmuseum in Amsterdam ga, waar een tentoonstelling over Fellini is.
Het museum zelf valt me wat tegen, maar de tentoonstelling is beslist de moeite waard. Hierna ga ik nog even Amsterdam in, dompel mij onder in de massa en ter compensatie van de herrie en drukte ga ik op de terugweg nog even naar Scheveningen om uit te waaien op het strand. Bij thuiskomst is het helaas te laat om nog wat aan school te doen.
Zaterdag. Nu moet ik toch echt wat aan school gaan doen. Maar eerst een stukje rennen. Daarna mijn fietsje ophalen bij de fietsenmaker, nog wat spelen op mijn gitaar en als ik tot mijn schrik zie dat het al weer over tweeën is besluit ik om snel nog even naar de markt te gaan voor een makreeltje en wat groenten en fruit. Tegen zessen kom ik doodmoe van het geslenter thuis. 
Paula aanvaardt gretig mijn aanbod om te koken. Omdat we allebei moe zijn zien we er van af om naar het Veerhavenconcert in Rotterdam te gaan, dat om kwart voor acht begint.
Het is uiteindelijk half acht als ik achter mijn computer kruip.
Ik zie de lange lijst met mailtjes en kies er een paar uit. Een leerling die mij al een week eerder gemaild heeft zend ik een antwoord terug en wat studiemateriaal.
Maandag om 14.00 uur blijk ik een vergadering te hebben. En ’s morgens dan? Waarschijnlijk de opening van het nieuwe schooljaar in de Laurens Kerk. Als dat zo is kan ik gelukkig maandag uitslapen. Ik heb al zoveel van die openingen meegemaakt.

En morgen? Dan moet ik me toch echt eens gaan voorbereiden op het nieuwe schooljaar.

dinsdag 27 augustus 2013

De vader van…

Nu mijn vakantie er bijna op zit en ik de laatste nachten bijna elke nacht zo’n tien uur heb geslapen om de vermoeidheid uit mijn botten te verdrijven, lijkt  het gewone leven weer hervat.
Sinds zaterdag heb ik al twee keer door de polder gerend, ben ik wezen shoppen en heb ik mezelf een mooie zwarte leren jas cadeau gedaan, gemaakt van zacht lammetjesleer dat nog leek te leven.
Ik heb samen met Paula op een terrasje bij de Oude Haven gezeten tijdens het Oude Haven Zomerfestival en naar de muziek geluisterd van de bandjes die optraden en genoten van de gezellige levendigheid om mij heen.
Zo-even keek ik in de spiegel en zag dat ik nu minstens de helft van mijn grijze haren kwijt ben.
Dat komt natuurlijk omdat ik vanmorgen even naar de kapper ben geweest. En zo is er wel meer te vertellen wat niet de moeite van het lezen waard is.

In en om het huis moeten diverse klussen worden gedaan. Ook al zal ik deze voor het grootste deel uitbesteden, aan enig voorbereidend werk ontkom ik niet.
Verder is mijn wiet weer eens op. Als altijd sta ik opnieuw voor de keuze: even naar een coffeeshop gaan en een paar grammetjes bubblegum halen. Of een pauze inlassen.
Bij ons in de wijk zelf zijn geen coffeeshops, alleen maar slijterijen. Het zou ook niet lonen, want behalve ik is er niemand in het straatje waar ik woon die blowt. Wel ken ik minstens vier personen met een alcoholprobleem en een minstens even groot aantal die, als ik af mag gaan op de glazige blik in hun ogen, onder de tranquillizers zit. Slijterijen en apotheken doen in onze wijk dan ook goede zaken.
Als ik nu de komende dagen geen nieuwe wiet koop, zou het zomaar kunnen zijn dat ik ‘s morgens wat helderder in mijn hoofd ben. En dat ik bij het opstaan niet zo’n vieze smaak in mijn mond heb en niet zo veel slijm hoef op te geven.
Anderzijds is het heerlijk om je high te voelen. Of het blowen te combineren met het drinken van een paar whisky’s, waardoor je in een soort roes geraakt. Dus, wat te doen?
Laat ik mijn besluit maar uitstellen tot morgen. Het is nu toch te laat om nog de deur uit te gaan.

Wat wil ik nog over de vakantie kwijt? Dat ik er fantastische herinneringen aan heb over gehouden.
Zowel aan mijn vakantie met Paula in de Auvergne als aan Buitenkunst in Drenthe en aan het Randmeer. Dat ik de mensen mis waarmee ik zo’n fijne tijd gehad heb. Maar ook de mensen die er dit jaar helaas niet waren.
Dat ik het buitenleven mis, het vuur en de overweldigende sterrenhemel boven Drenthe, het gezang, de uitwisseling van geile blikken, het spel, de muziek, de dromen die onvervuld zijn en die me melancholisch maken, de verbazing en ontroering die mij op de meest onverwachte momenten overvielen. Ja, vakantie bij Buitenkunst is na die jaren nog steeds een vakantie waar ik vol verlangen naar uit kijk. Ook al werd ik er bij het Randmeer op een bijzondere manier aan herinnerd dat ik de jongste niet meer ben.

Ze had een open vriendelijk gezicht en was de eerst die me aansprak bij het Randmeer. “Bent u misschien de vader van Jasper?” Ondanks dat het zeker zo’n 20 jaar geleden was herkende ik haar als Brechtje Zwanenburg, het vakantievriendinnetje van mijn zoon. Ik vond het leuk om haar na al die jaren weer te zien. Later in de week stonden we beiden te swingen op de Zuid-Amerikaanse muziek die gespeeld werd door het gelegenheidsorkest van blazers en percussionisten op het afscheidsfeest.
Eerder die week zat ik ’s avonds te wachten tot de deuren van het Grote Theater open gingen voor al weer een voorstelling, toen ik werd aangesproken door een vriendelijke gast met een baard.
“Bent u misschien de vader van Eva en Mirte?”, vroeg hij. Het bleek Bart te zijn, een huisgenoot van Mirte. Toen ik dit bevestigde stelde hij zich voor en zei nog dat ik zulke leuke dochters had. Wat ik moeilijk kon ontkennen.
Even later zaten we op de tribune. Brechtje links van me en Bart rechts. Voor beiden was ik de “de vader van…”.  Toch wel bijzonder.