zaterdag 25 augustus 2012

(Bijna) Een nieuw begin.


De afgelopen week zat ik vaak lusteloos overdag in mijn eentje aan het strand, mijmerend over de vakantie en de mensen, waarmee ik zulke bijzondere momenten heb gedeeld.
Ze wonen verspreid over heel Nederland, zijn inmiddels allemaal weer terug in hun vertrouwde omgeving, hebben hun gewone leventje weer opgepakt  en moeten het net als ik meestal alleen nog doen met hun herinneringen aan de vakantie.
Sommigen van hen moet ik nog foto’s of een filmpje toezenden, anderen een mailtje sturen of beide.
Maar na een afmattend uurtje vanmorgen in de sportschool is mijn vakantie wat mij betreft nu definitief voorbij.  Bovendien moet ik volgende week maandag weer acte de préséance geven bij mijn werkgever en dat is een duidelijke waterscheiding.
Met het onfris ruikende zweet, dat tijdens het gezwoeg uit al mijn poriën gutste en dat bij het douchen in het afvoerputje verdween, hoop ik dat ook de indolentie, die mij de afgelopen dagen kortstondig in zijn greep hield, is verdwenen.

Het zal de vermoeidheid en het omschakelen geweest zijn die bij mij zorgde voor een zekere matheid.  Nu ik besloten heb om de blik naar voren te richten zou het mooi zijn als ik zeggen kon dat ik barst van de energie en dat ik zin heb om er keihard tegenaan te gaan. Helaas, niets van dat alles.
De truc is echter om te doen alsof. Meestal komt de energie dan vanzelf terug en ook de zin om te investeren in het nieuwe.
Ik heb dat kunstje aardig onder de knie. Niet het lichaam volgt de geest, maar de geest volgt het lichaam. Het kost mij minder energie om gewoon bezig te zijn met wat gedaan moet worden dan mezelf steeds weer te verliezen in weemoedige overpeinzingen. Dus ga ik gewoon praktisch aan de slag en bereid mij voor op het nieuwe schooljaar. Volgens mij had ik dat al lang moeten doen, maar ik probeer mijn vakantiedromen altijd zo lang mogelijk vast te houden.

Vanuit mijn ooghoeken zie ik mijn gitaar. Ik heb vandaag nog nauwelijks gespeeld.  Weet je, laat school nog maar een dagje wachten. Het voorbereiden doe ik morgen wel. Bij nader inzien zijn er zoveel andere leuke dingen die je kunt doen.

maandag 20 augustus 2012

Is er leven na de vakantie?


Als je moedeloos wil worden lees dan vooral wat nu volgt. Ik garandeer je, dat je er beslist niet van op knapt. Het is niks nieuws en zelfs vaak gezegd, maar je wordt er niet minder droevig van.
Natuurlijk zou ik mezelf ontrouw zijn als ik in de laatste alinea niet met een positief bedoeld advies zou komen. Wat je naar eigen inzicht in je reet kunt steken of opvolgen.

Voor velen is de vakantie inmiddels voorbij. Zelf heb ik gelukkig nog een kleine week te gaan, maar hierna stap ook ik weer in de tredmolen die ‘werken’ heet. Nieuwe werkplek, nieuwe hulpmiddelen bij het geven van les, nieuwe collega’s en nieuwe leerlingen. Zelfs de werktijden schijnen nieuw te zijn. Alom vernieuwing. We wachten maar af of het ook verbeteringen zullen zijn.
Vorige week kampeerde ik nog in de bossen, zat ik tot diep in de nacht aan het vuur in de vlammen te staren, naar muziek en zang te luisteren, slap te ouwehoeren, te flirten, dronken en high te worden, kortom mijn jeugd over te doen, overdag te zingen, schrijven of toneel te spelen, me het ene moment vreselijk melancholisch te voelen en het volgende euforisch en alvast afspraken met mezelf te maken voor het leven ná de vakantie. Want dat is er ook nog.
Hoewel…Is er eigenlijk wel leven na de vakantie?
Gaan velen van ons straks niet weer op de automaat, blik op oneindig en verstand op nul, levend van weekend naar weekend?
Zich ‘s morgens en ’s avonds met een lege blik in hun ogen naar hun werkplek of naar hun huis
spoedend, afgeschermd van hun omgeving met behulp van muziek en oordopjes?

Het zegt mij niets als velen beweren gelukkig te zijn met hun werk. Ik vermoed dat dit een vorm van cognitieve dissonantie is. Hoe slechter het werk en hoe lager het loon, hoe meer reden er is om tegen jezelf en anderen te zeggen dat je heel blij bent met je baan. Want hoe verklaar je anders dat jij uit vrije wil elke dag het saaie, monotone en stompzinnige werk doet waarvoor je bent aangenomen?
Om het geld kan het niet zijn. Dat is veel te weinig. Ook het werk zelf stelt niet veel voor. Bovendien is het vaak overbodig en zinloos. Rest nog één mogelijkheid die in je opkomt: het laagbetaalde en waardeloze werk maakt je blijkbaar gelukkig. Je hebt fijne collega’s, koffie gratis en bij nader inzien valt die klootzak van een chef ook wel mee.
Ook voor hen met de betere banen en de hogere salarissen geldt dat sommigen er doodongelukkig van worden.  Ze weten van zichzelf dat ze zoveel meer kunnen, dat ze worden ondergewaardeerd en dat ze voortdurend door de leidinggevenden en het management worden gemanipuleerd.  Maar ze staan hier machteloos tegenover.
De gelukkigen onder hen die een bord voor de kop hebben en een gladde rug, degenen met een grote bek met een vechtersmentaliteit en degenen die van zichzelf beschouwend van aard zijn, die redden het wel. Zelf reken ik mij ook tot dat clubje.
Maar de meer integeren, degenen die geen half werk willen afleveren en hoge eisen aan zichzelf en anderen stellen, de harde werkers die niet los kunnen laten en die een sterk gevoel voor rechtvaardigheid ontwikkeld hebben, hebben het minder makkelijk. Vaak worden de frustraties voor hen te groot en dan haken ze vroeg of laat af. Melden zich ziek, worden overspannen.
En zo houden velen van ons zichzelf en anderen voor de gek, slikken pillen tegen van alles en nog wat, blowen zich suf of drinken zich lam, melden zich reeds binnen een maand nadat zij weer zijn begonnen ziek en betrappen zichzelf er op dat ze er wel heel erg vaak over denken om van baan te veranderen.

Is er leven na de vakantie? Dat is de vraag die ik aan het begin van dit stukje heb gesteld.
Voor sommigen blijkbaar wel, voor velen echter niet. En dat is triest.
Denk nu niet dat ik mijn werk als zo gezond makend zie. Want het heeft ook bij mij enkele weken geduurd voordat ik mij echt kon ontspannen.  En ik beweer toch altijd dat ik het zo naar mijn zin heb en ik mij geen betere baan kan wensen. Maar uit zelfbescherming hebben we allemaal een selectief geheugen. De shit die ik dagelijks tegen kom vergeet ik blijkbaar daarom zo snel mogelijk.
Ik ontkom net als iedereen niet aan de vaak ziekmakende mentaliteit die eigen is aan onze samenleving en die zich ook bij ons op de werkplek in het systeem heeft genesteld.
Dus nogmaals: is er leven na de vakantie?
Voor mezelf beantwoord ik dit in weerwil van mijn geklaag met een volmondig ‘ja’. Er is genoeg leven na de vakantie. Maar je moet dan welbereid zijn om op te staan uit die doodskist die we ‘gewoonte’ noemen. Tracht alles met een frisse blik te bekijken. Durf pessimistisch en vrolijk tegelijk te zijn.
Zeg eindelijk eens die rot baan op als je er ongelukkig van wordt of verbreek die uitzichtloze relatie.
Of zoek er juist een. Ga bij voorkeur dan samenwonen met iemand die je absoluut niet begrijpt. Dat houd je scherp.
Begin aan iets nieuws. Ga eens op ontdekkingsreis door de krochten van je ziel en zoek daar naar je passie. Durf los te komen van al je verstikkende patronen.  Wat kan je gebeuren?
‘Leven’ is een dynamisch proces en de dynamiek breng je zelf tot stand.
Durf uit de dood op te staan. Neem verantwoordelijkheid voor die korte tijd dat je hier bent.
Het leven kan een feestje zijn. Alleen jij kan besluiten om de uitnodiging die je op zak hebt te gebruiken. Pas dan is er leven na de vakantie als je los komt van jezelf en je, om in mystieke termen te spreken, weer vloeibaar wordt.
Het is een troostrijke gedachte dat je tot in de laatste minuten voor je sterven je het leven opnieuw kunt beginnen. Klinkt vreemd, maar denk daar maar eens goed over na. Want het is zo.
Maar onthoud: niets ergers dan spijt om gemiste kansen.
De vakantie is voorbij. Zorg dat je het tot je volgende vakantie naar je zin hebt. Leef!